Deel

Column Els Rosenmöller: Bagage

Tweede blog over het wel en wee van Hospice Egmond

Column Els Rosenmöller: Bagage

Mevrouw Van Eegen moest deze maand vrij plotseling haar gezellige leventje thuis loslaten voor een opname in het ziekenhuis. Al snel werd duidelijk dat medisch ingrijpen haar niet zou helpen.

Zij koos ervoor om verder bij ons te verblijven. Ze stapte zelf uit de auto, pakte mijn arm en besteeg de helling naar onze voordeur. Het leken misschien zware stappen na een moeilijke beslissing, maar niets was minder waar. Ze was blij bij ons te zijn. Haar dochters volgende met tassen en koffers om haar kamer met persoonlijke spulletjes in te richten. Mevrouw Van Eegen sprak honderduit, over haar dochters, haar vele vriendinnen en over haar man die al acht jaar eerder overleed. Ze noemde zich een echte ‘Derper’ met een rijk en vol leven achter de rug. ‘Maar nu is het goed geweest’ zei ze ‘ik heb de leeftijd’.

Toen ik de dames alleen liet om te wennen en de bagage uit te pakken, liep ik langs de kamer waar Louise verbleef. Louise, een kittige tachtiger die naar ons toekwam toen het niet meer verantwoord was haar ziek en alleen in haar eigen huis te laten verblijven, wenste in het begin vooral met rust en alleen gelaten te worden.

Ze lag de dagen voor Pasen met de gordijnen dicht en sliep. Als ze wakker werd, leek ze van ver te komen en wilde ze het liefst zo snel mogelijk weer in de donkerte verdwijnen, tenzij haar zoon kwam. We respecteerden haar wens en lieten haar alleen, iedere twee uur keken we even om een hoekje.

Na die eerste dagen begon ze te genieten van een luisterend oor, zeker die van twee van onze mannelijke vrijwilligers, en ze genoot met hen van een glas wijn. Het minimale contact met haar familie deed haar soms onderdompelen in stilte, maar ze vertrouwde op haar nieuwe toekomst ‘in het licht.

‘Want daar is mijn schepper, bij hem zal ik voortleven’. Haar stralende ogen raakten me, ze was vol vertrouwen over wat haar te wachten stond. Langzaam gingen de gordijnen open; Louise kon het leven ondanks alle pijn weer toelaten. Het werd weer licht in haar kamer en kort daarna liet ze dit leven heel rustig achter zich.

Twee zo verschillende gasten met lange levens kwamen voor het Paasweekend bij ons aan. Allebei met hun eigen levensbagage. Allebei kwetsbaar, maar ook open en eerlijk over hun kostbaar mensenleven vol herinneringen. Die herinneringen en ieders eigenheid blijven van waarde, ook bij ons in het Hospice.

Aangekomen bij ons is het leven immers nog niet voorbij. Vaak is het juist een bijzonder en intens stukje leven. Er is tijd, rust en ruimte voor reflectie. We vieren het leven waar het kan. Vervolgens is ons hospice een warm en veilig thuis, met veel zorg en aandacht waar onze gasten veel van hun levensbagage achter zich willen en kunnen laten.

Els Rosenmöller,
Coördinator Hospice Egmond

NB De namen zijn in verband met privacy gefingeerd.

De foto van Els is gemaakt door Paul B. Bakker

Meer 'Columns':

Column Jan Houtenbos: Wandelroutes

14 mei 2021

De opkomende zon is écht mooier.

Ervaren wandelaars zullen in dit artikel weinig nieuws tegenkomen. Sinds ik door de corona min of meer gedwongen ben om al mijn werkzaamheden achter een beeldscherm te doen en de contacten met collega’s via Teams of Zoom plaatsvinden heb ik er een gewoonte van gemaakt om een wandeling te maken. Ik moet eerlijk bekennen dat ik door de hersenstichting met het maken van een 'ommetje' door collega’s extra werd gestimuleerd. Mijn voorkeur gaat uit naar een ochtendwandeling als alles en iedereen langzaam ontwaakt. Of ik nu door de polder, de duinen of over het strand loop telkens realiseer ik me dat we hier toch verdraaid mooi wonen. Tijdens zo’n ochtendwandeling vraag ik me dan ook af waarom ik zo nodig op vakantie naar andere plekken moet. Natuurlijk weet ik de weg in de Egmonden. Tijdens mijn wandelingen zie ik de bekende 'paddenstoelen' maar ook paaltjes met verschillende kleuren pijltjes. Zoals door mij aangegeven voor ervaren wandelaars niets nieuws, maar voor mij toch interessant genoeg om mij daar eens in te verdiepen. Op de onderstaande foto ziet u een aantal van die 'wandeltekens'.

Column Rob Hoogland: Inzamelingsacties voor De Klok

14 mei 2021

Wat is er met dat geld gebeurd?

Beroepsdeformatie, waarschijnlijk. Bijna een halve eeuw kopijslavernij laat haar sporen na. Ik zit op het terras van paviljoen De Zilvermeeuw - 12.02 uur, dus al twee minuten legaal - en raak in gesprek met een andere strandaanbidder, die ik vroeger weleens bij De Klok ontmoette. Ik herinner hem daaraan en zeg: “In die zaak hebben de derpers vroeger heel wat lol gehad.” “Nou en of”, antwoordt hij. “Ik zie nog die spreuk op die balk staan: beter Harteveld dan Zuiderveld.”

Column Hanneke Mooij: Voorbije dagen

7 mei 2021

Genieten van dat ‘gefriemel'

Als een koningin gaat zij zitten en worden haar 2 benen door de vrijwilliger op de poef, die vóór de fauteuil staat, gelegd. Op de poef een heerlijk zacht kussen met een grote, schone handdoek. Nadat ik wat olie in mijn ene handpalm heb gegoten, wrijf ik in mijn handen en leg ze voorzichtig op haar rechtervoet. Eerst even contact maken, landen. Er zíjn, haar laten wennen aan mijn aanraking. Dan begin ik langzaam en zachtjes te masseren en voel ik haar wat meer ontspannen.

Column Marion van Dam: Luistervinken

7 mei 2021

‘Ik heb onze selfie op Insta gezet.’

Maandagmiddag in de trein. Ik kijk in het rond, iedereen binnen mijn gezichtsveld is druk op een telefoonschermpje, niemand uitgezonderd. Ik zak wat onderuit, frons even en ga dan ook maar meeliften op de wifi van de NS. Soms droevige verbinding, meestal net voldoende. Gul gooi ik op Facebook lieve likes in het rond. Wel even oppassen, het blijft gokken op een belegen modelletje iPhone. Voor je het weet zet je een emoticon met spattend hoofd aan de zojuist ingeslapen hond van buur Cees omdat je de overledene voor iets geheel anders aanziet.

Column Nico Knol: Effe boodschappen doen….

30 april 2021

Pastoraat tussen de schappen van een winkel

Nou, effe…. Afgelopen dinsdag moest ik wat spullen halen bij de grootgrutter op de hoek in Egmond aan den Hoef. Ik was er al een hele tijd niet geweest dus was het weer fijn om allerlei bekende gezichten te zien. “Hé… tijd niet gezien, alles goed?” Het begon al toen ik m’n fiets wilde stallen, Kees Kager was de eerste, mooi in het zonnetje bijpraten. Na Kees kwam de volgende en de volgende en binnen in de winkel vlotte het boodschappen doen ook niet want ook daar diverse ontmoetingen en gesprekken. Ik denk dat ik aan de manager ga vragen of ik bij de koffiehoek een vaste plaats kan krijgen! Na ruim drie kwartier kon ik m’n stalen ros weer pakken om naar een afspraak te gaan. Een paar boodschappen mee én een vracht verhalen ....

Column Rudolf Scheltinga: We gaan door!

23 april 2021

Als ik dát hoor of lees dan denk ik aan ’t lied van André van Duin: ‘we zullen doorgaan’ en dan zie ik de beelden voor me van een opname van dit lied aan ’t strand op Derp en ook deels in de zee. Doorgaan wanneer ’t water je tot de lippen stijgt …… en je roeit met de riemen die je hebt …… de reddingboot vaart uit en probeert te redden wat er te redden valt ….. terrassen die weer een paar uur per dag open mogen …. Winkels die zonder reserveringen vooraf klanten kunnen ontvangen …. Kerkgebouwen die een minimaal aantal kerkgangers mogen ontvangen of nog helemaal niet open gaan ….. de abdij in Egmond–Binnen ook getroffen door corona ….. doorgaan …. in isolatie met zorg extra er bij …..

Column Marion van Dam: Hoogtepunt mét voorspel

23 april 2021

“Ik slingerde mijn vloeibare gloeikooltje haar diepte in.”

Uit het laatste hoofdstuk van een boek zal blijken of en hoe de lagen uiteenvallen. Dát hoofdstuk is waar je naar toekruipt, je op hebt verheugd. Daar heb je avonden lang het verhaal voor opgezogen, je ogen op moegetuurd en moet gelezen op een moment van volledige aandacht, niet in een haastig half uurtje. Dat uitstellen omdat verheugen zo lekker is, kan bij mij soms weken duren. Want wat kan er niet allemaal tussenkomen? Precies, andere boeken.

Column Jan Houtenbos: Een weekend ‘proefslapen’

16 april 2021

Je moet ze vooral niet zielig vinden

Sinds een aantal maanden is Egmond een aantal vakantieappartementen rijker. Op zich is dat niet zo bijzonder, maar volgens de website van ‘Appartementen De Egmonden’ gaat het hier om volledig aangepaste en drempelvrije appartementen. Voor mij een reden om op zoek te gaan naar mensen, die in de gelegenheid waren geweest om van deze appartementen gebruik te maken. Zo kwam ik in contact met Karin en Roy. Roy maakt gebruik van een handbewogen rolstoel en Karin maakt gebruik van een wandelstok bij het lopen. Maar je moet ze vooral niet zielig vinden, want ze genieten van het leven en je moet niet vreemd omkijken als je ze langs ziet rijden in hun cabrio.

Column Rob Hoogland: A5’je Delversduin

16 april 2021

De mededelingen hebben een hoog Donald-gehalte

Ook ik mocht in mijn brievenbus het veelbesproken, adequaat opgemaakte en in full colour bedrukte A5’je aantreffen, waarop de inwoners van Egmond aan den Hoef worden opgeroepen protest aan te tekenen tegen het bouwplan Delversduin.

Column Els Rosenmüller: Een gouden randje

9 april 2021

De eerste blog over het wel en wee van Hospice Egmond

De eerste gast (ik noem hem Ben) was natuurlijk al een bijzondere gast. Zijn omstandigheden waren zwaar. Terwijl hij ernstig ziek in een ziekenhuis lag, overleed zijn vrouw. Ben wilde koste wat het kost bij de uitvaart zijn. Hij hoopte bij ons in het hospice, dichtbij zijn dochter, zoveel mogelijk op te knappen voor het afscheid van zijn vrouw. Hij had behoefte aan rust en steun.

Column Peter de Waard: Groot onderhoud

26 maart 2021

Waarom draaien de wieken, sorry rotorbladen, niet?

Bankkantoren zijn net kerken. Mensen fluisteren. Als je een buurman in de rij ziet staan, dan roep je niet luidkeels: 'Hi Karel, heeft die lastige zoon van je al een baan?', laat staan dat je, zoals bij een schoenenzaak, vraagt wat hij eigenlijk precies zoekt.

Column Marion van Dam: Voeling

9 april 2021

Net nu ik zo zin heb in een broodje kokret

In de wachtkamer van de tandarts staat een grote groene plastic kikker met speelgoed. Het geval is dichtgeplakt met tape. Op precies drie wachtstoeltjes is zitten toegestaan en gelieve nergens aan te komen met je bevlekte tengels. Ook al geen leesmap dus geen National Geographic en geen Story. Als er iets is dat mijn ongemak in deze setting dempt is het wel een vette roddel of natuurverhaaltjes. Bagger. Een klein meisje komt binnen met haar moeder, ze barst in huilen uit als ze de gesloten kikker ziet en begint direct aan het tape te fliepelen. Moeder grijpt blaffend in waardoor de situatie escaleert. Zo hevig, dat ik mijn ringelende telefoon moet negeren, zachtjes tralala ga zingen en wanhopig met een nieuwe prikkel mijn hoofd in vlucht. Ik krijg hulp. Op de radio zingt namelijk Leif Garrett. Wie? Ja, die. He Was Made for Dancing. Bijna zeker hing in de jaren zeventig ook van deze snuiter een benevelde poster aan mijn slaapkamermuur. Een simpele klik op Wikipedia en er volgt een beroerd levensverhaal vol drank en drugs. De term tieneridool zegt het eigenlijk al, ze mogen best volwassen worden maar dan is het ook welletjes. Iemand roept mijn naam. “Ga je mee? We doen eerst tandsteen, polijst en fluor.” Ja. Fijn. Ze is bijna onherkenbaar achter het spatscherm. Ik open mijn kaken en hoop dat zij meer van mij ziet dan ik van haar. Met de vuisten en billen aangespannen wacht ik mijn lot af. Rubber matten, tangen, slurpslangen, tien vingers tegelijk in mijn mond en een hoop metaalgierende geluidjes later, mag ik nog even in de wachtkamer plaatsnemen want mijn tandarts doet persoonlijk de eindcheck. De moeder zit daar ineengedoken met één hangwang terwijl het kleine meisje een verhaal brabbelt. Ik luister want peuters verzinnen de leukste woorden. Mijn zoon riep voorheen bij de snackbar: “Ik wil een kokret, een frikemandel, een kaassouvlees!” Die woorden kregen een authentieke plek in ons gezin. “Als ik het heb over een fliepeltje en we hebben een beetje voeling met elkaar, weet u wat ik bedoel”, zei een cabaretier. Ik voel ‘m. Zoals klapflapregen en pap met bonkies. Ik ben groot woordliefhebber maar stuit regelmatig op woordbeperking. Ik wil iets zeggen waar geen woord voor bestaat. Maar als het niet bestaat, verzin ik ‘m en dan is het wat mij betreft een woord. Als u hier iets niet snapt, mail mij even, dan leg ik ‘m uit. Zo werd me laatst gevraagd wat tutteletrutten betekent. Ik zei: “Drie pubermeisjes en een Shetlander.” Geen gaatjes, gezandstraald en likkend aan mijn glimmend glazuur kwijl ik in de auto nog een beetje na van de fluor. Maar mijn spieren relaxen zoetjesaan. Een uur niet eten en drinken. Bagger. Net nu ik zo zin heb in een broodje kokret. Marion van Dam

Column Marion van Dam: Heilan coo

26 maart 2021

Je voelt gelijk het ruige, ontembare van de wuthering heights

Op zo’n windstille avond, richting schemer, maar net genoeg licht om nog een half uurtje in de duinen te lopen, staat een Schotse Hooglanderman op het veld achter mijn huisje. Om mij heen tevergeefs turend naar de rest van de kudde, nader ik hem, wat ik eigenlijk nooit doe maar de avond leent zich ervoor want we lijken beiden in eenzelfde terug trekkerige stemming. Ik ga in het korte harde gras zitten en onverwacht draait het kolossale roodharige lijf zich naar me toe en doet al herkauwend een stap dichterbij.

Column Jan Houtenbos: Een bijzondere verkiezingsdag

19 maart 2021

Een dagje achter de schermen van stembureau 12

Afgelopen week hebben veel Egmonders gebruik gemaakt van hun stemrecht. Zo’n verkiezingsdag blijft toch altijd een bijzondere dag. Nu in 'coronatijd' nog meer bijzonder. Al tientallen jaren mag ik vanuit de gemeente plaatsnemen op het stembureau. Ook dit jaar weer en nu op het stembureau in de abdijwinkel in Egmond-Binnen.

Column Rob Hoogland: Mijn leven is af

19 maart 2021

Ik vind het hier wél skoftig

Mijn leven is af: ik mag nu ook, naast mijn Telegraaf-columns, maandelijkse stukjes voor Flessenpost uit Egmond schrijven. Terstond ontdopte ik een Sancti Adalberti toen het verzoek mij bereikte. “Proost, meid!” riep ik tegen mijn vrouw. “Hier heb ik het al die jaren voor gedaan!” Het werd nog een dolle avond.

Column Hanneke Mooij: Coronalokken

12 maart 2021

Verlekkerd naar de schaar loeren

Als ik door de supermarkt loop, valt me op dat veel mensen er anders uit zien. Ik probeer mijn vinger er op te leggen waar dat dan door komt maar dat lukt me in eerste instantie niet. Dan sta ik bij de kassa achter een dame die – gezien haar keurige coiffure en sterke haarlakgeur – overduidelijk nét bij de kapper vandaan komt. Het antwoord komt als een mokerslag bij me binnen: de kapper! Ze mogen weer, ze zijn weer open en knippen, snijden, kleuren, föhnen, borstelen, effileren, spoelen, dip-dyen, permanenten en touperen er enthousiast en lustig op los.

Column Hanneke Mooij: Uitzonderingspositie

9 april 2021

De vitrine vóór me ligt volop uitgestald met de lekkerste producten en bijna watertandend speuren mijn ogen al zoekende naar datgene waar ik mezelf vanavond op zal trakteren. Een gewaarschuwd mens telt voor twee dus de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat wanneer je vegetarisch en/of veganistisch bent, het lezen van deze column geheel op eigen risico is.

Column Marion van Dam: Leed

12 maart 2021

...... en dan boem, dood. Zo zit het.

'Deze. En deze. En die misschien ook.' In tenminste twee grote, oude iepen naast mijn huisje op 't Woud werd de fatale iepziekte vastgesteld. En dan weet je het wel. Aanvankelijk was mij niets terminaals opgevallen tussen de abelen, elzen, eiken en vlierbes. Zelfs niet toen zowel de goten als het pad in zomertijd al zoveel verdord blad vertoonde dat het leek alsof de herfst zijn intrede had gedaan. Met een diepe frons liet ik mij voorlichten door een vriend met kennis van groene zaken. De iepenspintkever - of noem ‘m gerust sprintkever, zoveel spoed zet ie erachter - brengt sporen van een schimmel naar de iep, waarna deze zich verspreidt. Zo zei de vriend met kennis van groene zaken. De iep reageert door besmette houtvaten af te sluiten en dan boem, dood. Zo zit het.

Column Nico Knol: Een ‘Akkeloor’ in West Friesland….

5 maart 2021

“Het is groen vandaag….”

“Het is groen vandaag….” hoor ik iemand vanuit de keuken zeggen. “Neen”, antwoord ik in een andere kamer “het is wit, feest van de heilige Scholastica.” “Duh”, zegt die ander …”Ik bedoel de vuilniscontainer!” Mooi staaltje van spraakverwarring…..

Column Nico Knol: Stenen wegrollen

2 april 2021

‘En ze rolden een grote steen voor de ingang van het graf… er werden bewakers bij gezet.’ Zo eindigt het verhaal op ‘goede vrijdag’. Het is omdat we weten wat er na de kruisdood van Jezus gebeurde dat we die vrijdag ‘goed’ zijn gaan noemen, anders was er niets goeds aan.

Column Marion van Dam: Verenkont

26 februari 2021

Daar zit hij, op de deurklink. Het hoofd draaiend boven de rode borst en dan weer richting het glas. ‘Zeg? Doe ’s open!’ ‘Moment s'il vous plait! Ik heb nog niks aan.’ Ik las eens in National Geographic Magazine, dat een huisdier niet zelden belangrijker is dan de partner. Vrouwen zien soms zelfs hun hond als een meer volwaardig gesprekspartner dan hun man. Ik weet wat dat zegt over het dier, verder hou ik me erbuiten. Toen mijn laatstgenoten huisdier deze wereld verliet, voelde dat als de amputatie van een ledemaat. En een ledemaat missen, is geen kattenpis.

Column John de Waard; Politiek is een contactberoep

5 maart 2021

Alle contactberoepen moeten z.s.m. van het slot

Er is het afgelopen jaar heel wat gesproken over de zogenaamde contactberoepen. Vóór de coronacrisis stond niemand er waarschijnlijk bij stil wat dat precies zijn en hoe je daarmee moet omgaan, maar dat wordt allengs beter. Ofschoon er nog altijd discussies over zijn. Echter, hoe zit het met de politiek en het democratisch besluitvormingsproces? Ik denk dat het niet gek is om te stellen dat politiek net zo zeer een contactberoep is als bijvoorbeeld een kapper of een fysiotherapeut.

Column Rudolf Scheltinga: Moed!

2 april 2021

Moed! Dat is iets wat wij in onze dagen – u en ik – wel kunnen gebruiken. Moed houden om door te gaan, in deze coronatijd, ondanks deze coronatijd, elkaar niet te verliezen, elkaar vast te houden, ook op 1.5 meter afstand, via een beeldscherm. Of natuurlijk gewoon via de telefoon of een brief of een kaartje. Of middels een ei gevuld met paaseitjes van de hulpgroep Egmond. Dat is iets wat wij in onze dagen – u en ik – wel kunnen gebruiken.

Column Rudolf Scheltinga: Geniet!

26 februari 2021

Geniet! Dát is wat we willen wanneer ’t warmer wordt buiten. Er op uit, naar ’t strand, naar de zee, naar de duinen, naar de bossen, naar de parken en de grasvelden. Maar doet dát maar eens op 1.5 meter en rekening houdend met al die andere maatregelen. Geniet? Kinderen willen graag naar school. Om te genieten? Ja, om vriendjes en vriendinnetje weer in het echt te zien. En de juffen en de meesters. Niet meer alleen maar naar dat schermpje turen met verplicht de camera aan. Middelbare scholen voor een deel weer open. Winkels waar je een afspraak maakt, om op een bepaald tijdstip naar binnen te kunnen. Maar je kúnt weer naar binnen. Er valt nog niet veel te genieten, maar we proberen het dan, tenminste. Zelf raak ik steeds meer gewend aan het digitaal vergaderen – reistijd wat was dát ook al weer? Je bent supersnel van de ene vergadering in de andere. Is dat ook een vorm van genieten? Het grootste deel van de dag ben je thuis, aan het werk, of aan ’t ontspannen. Of het debat in de Tweede Kamer der Staten-Generaal volgend, ook weer via ’t scherm. Voor corona zat ik nog wel eens op de tribune. Ja, ook dát was genieten. Het spel van ’t debat volgend in de zaal. Vanachter mijn bureau zie ik de mensen in de Voorstraat, soms met veel of soms met weinig tegelijk door de straat lopend. Tegenover de pastorie wordt een winkel en een bovengelegen appartement verbouwd: er komt een complete etage bovenop. Het is soms genieten van ’t uitzicht, zoals vanmorgen toen er in alle vroegte een enorme hijskraan werd neergezet. Als was het een blokkendoos, zo werd er een etage, in onderdelen, omhoog getakeld en bovenop de eerste etage van ’t pand neergezet. Spectaculair om te zien. Met aandacht én precisie werd één en ander geplaatst. En ’t paste. Natuurlijk, het was vast via de computer uitgerekend, vanachter een schermpje. Waar zouden we zijn zónder dat schermpje. Ook via ’t schermpje maakte ik een afspraak bij de kapper. Volgende week vrijdag gaat de schaar erin. Een beetje bijknippen? Néé, eraf knippen. Er weer uitzien als voor de lockdown. Hoe was dat ook al weer. Kunt u zich dat nog herinneren? Ik hoop ’t van wel. Houvast, hou vol, geniet mét goede moed! Rudolf Scheltinga

Column Jan Houtenbos: Het wordt lente, zeker weten

19 februari 2021

Misschien is het u al opgevallen, maar het is dit voorjaar opvallend stil nabij de Egmonderstraatweg/van Oldenborghweg in Egmond aan den Hoef. In het voorjaar van 2020 was er volop bedrijvigheid in de kassen van Kuiper, want dat was toen de geboorteplek van honderden lammetjes. Voor de Egmonden waren de schapen zo nu en dan een mooie attractie voor de inwoners en toeristen, zeker als een schaapskudde begeleid door honden van de ene naar de andere locatie werd gebracht.

Column Marion van Dam: U riskeert een boete!

19 februari 2021

Een reporter van NH Nieuws vroeg na het ingaan van de avondklok aan twee pubers wat zij er zoal van dachten. De een vond het 'wel een soort van eng’ dat de overheid zomaar kan zeggen dat we niet meer naar buiten mogen.’ De ander zei: 'Nou, in mijn dorp komt toch nooit politie.’

Column Rudolf Scheltinga: Kansen!

12 februari 2021

Ze liggen voor ’t oprapen. Sneeuw valt uit de lucht, nou ja lucht. In ieder geval van boven. Voor veel kinderen is het een eerste kennismaking met dít witte spul. Sneeuw valt uit de lucht en de kansen doen zich voor om een sneeuwpop te maken – hoewel déze stuifsneeuw daar minder geschikt voor blijkt te zijn? Ach, wat maakt ’t uit. Kansen! Het sneeuwt, heeft gesneeuwd in de nacht en kinderen op TV staan te popelen om naar buiten te gaan. Gedroomd van de sneeuw en de volgende ochtend bij het openen van de gordijnen: yess! Sneeuw. Naar buiten! Straten vol sneeuw – behalve op sommige plekken, daar waar de wind vrij spel heeft. Maar dán ligt die sneeuw ergens anders, in de waaihoeken, hoog tegen de voordeur op. Ik hoefde deze keer geen kerkplein te vegen. Dat scheelde weer. Maar mijn voordeur kon ik niet uit. Dus achterom, rondje om de kerk, en dan zó de voordeur een beetje sneeuwvrij maken. Ach, wat maakt ’t uit. Het heeft gesneeuwd en dát biedt nieuwe kansen. Het vriest dat ’t kraakt en de voorspellingen gaan steeds kouder en kouder. En já, dan kán het niet anders of het koude ‘e’-woord klinkt: Elfstedentocht. En ja, Friezen ontdooien wanneer ’t begint te vriezen. En daar kan ik mij – als geboren en getogen in Friesland – van alles bij voorstellen. Herinneringen komen boven aan de tocht der tocht – de laatste keer stond ik langs de kant in mijn geboortestad Bolsward. Dát wilde ik niet missen: daar was dé kans om ’t van dichtbij mee te maken. De Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft deze week zelfs een meerderheid voor ’t houden van de Elfstedentocht. Maar daarover gaat de Tweede Kamer nou nét niet. Daarover gaan enkel de Friezen en in ’t bijzonder de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden. En of ’t nou wel of niet ‘oan giet’ geschaatst wordt er! De kansen worden genomen, de ijzers worden geslepen (ook dít is ‘essentieel’ in deze tijd), de schaatsen worden onder gebonden en dan kan er geschaatst worden. It giet oan! Geniet! Rudolf Scheltinga pastoor

Column Hanneke Mooij: Gepoedersuikerde duinen

12 februari 2021

Heel Nederland kijkt naar Friesland en wacht in spanning af of de ijsdikte de broodnodige, betrouwbare dikte aanneemt zodat de Tocht der Tochten zou kunnen plaatsvinden. In theorie wel te verstaan, want het moge duidelijk zijn dat het nog maar de vraag is of het in de praktijk ook te organiseren valt. Oh, vergis je niet, aan de wil zal het ‘m niet liggen. Alle stoelen bij de praatprogramma’s en nieuwsrubrieken zijn al dágen bezet door schaatslegendes en natuurijsfreaks die nog nét niet op hun knieën hun smeekbedes tot de camera richten in de hoop dat daardoor onze demissionair minister-president de verlossende boodschap – het liefst in Fries dialect – zal verkondigen dat het door kan gaan. En wat te denken van de weermannen- en vrouwen die er uiterst vakkundig opgestelde grafieken bij halen waarbij ijspluimen, koufronten en lagedrukgebieden onderwerpen van gesprek zijn. Nog nooit is datgene waar iedereen het altijd minstens 1 maal per dag over heeft – want er valt altijd wel iets te zeggen over de regen of de stralende zon – zó uitgediept als in de laatste dagen: het weer.

Column Nico Knol; Een ‘Akkeloor’ in West Friesland….

5 februari 2021

In Egmond-Binnen besneden tot ‘Akkeloor’

Het is een warme zomerse dag in juli. De kapster is bezig m’n nek uit te scheren wanneer er een oudere ‘Egge-Bindervrouw’ binnen komt om haar normaal prachtig opgestoken haren te laten verzorgen. Terwijl ze met precisie het scheermes langs m’n nek schuift, schrikt ze van de binnen komende klant en draait zonder erg het mes in m’n oor. Ik zie haar verschrikte gezicht in de spiegel maar voel nog niets. Dan pakt ze een doekje, doet er wat nats op en vouwt dit om m’n gehavende oor. 'Wat is dat?' vraag ik haar. Ze antwoordt: 'Dat voel je zo als ik het doekje wegneem.' En ja hoor, een gemeen prikkend gevoel. Het was een doekje met alcohol ter ontsmetting…. De nieuwe klant kijkt me via de spiegel aan en zegt lachend: 'Nou pastoor, nou ben je ook een Akkeloor!' Hoewel ik van geboorte een West-Fries ben, ben ik in Egmond-Binnen besneden tot ‘Akkeloor’ en voel me er nog altijd erg thuis. Voor wie niet weet wat een ‘Akkeloor’ is, het is een bijnaam voor een inwoner van Egmond-Binnen.

Column Peter de Waard; Bob

29 januari 2021

Bij het opruimen van de zolder vond ik onlangs tussen een ingelijste Hopper-poster en een eigen probeersel nog een echte Bob Denneboom. Het heette 'Gezicht op Alkmaar'. De Egmondse kunstgrootheid had die in 1971 geschilderd, zo stond bij de signatuur. Niet zijn vroege periode - geboren in 1909 - noch zijn late - overleden in 2001 - maar dan wel zijn glorieperiode. Meteen verschenen eurotekens in mijn ogen. Vermeer schilderde 'Gezicht op Delft', Ruysdael 'Gezicht op Haarlem' en Jan van Goyen 'Gezicht op Dordrecht' en die zijn allemaal tientallen miljoenen waard. Dan moet een 'Gezicht op Alkmaar' ook al gauw een paar miljoen doen. Ik was een man in bonus, hoewel ik misschien met familieleden nog zou moeten ruziën of procederen over de vraag of ik de enige rechtmatige eigenaar was en het geld allemaal zelf zou mogen houden. Maar zelfs als dat niet zou lukken, zou ik onmetelijk rijk zijn. Meteen vond ik op Funda 'Eeuwigelaan 4' - een villa met 22 kamers waaronder 14 slaapkamers - voor 3,95 miljoen euro. Het idee dat ik twee weken lang elke dag op een andere slaapkamer onder de wol zou kunnen kruipen, was weliswaar onpraktisch, maar leek ook aanlokkelijk. Uiteraard zou er een Ferrari in de driedubbele garage moeten staan. Helaas was in de omgeving van Egmond geen fatsoenlijke Ferrari-dealer te vinden om er een uit te zoeken. De dichtstbijzijnde was Kroymans aan de Soestdijkerweg in Hilversum. Maar ik troostte mij bij de gedachte dat de verkoper wel een keer de hele collectie zou willen meenemen naar Bergen - ten slotte was er genoeg ruimte op de oprijlaan. Mogelijk kon er nog een vakantiewoning op de Bahama's bij, want mijn ouders vonden het werk van Bob nog beter dan dat van Vermeer en Ruysdael. In ons huis pronkten ze aan de muren, want zoals toentertijd brood werd gekocht bij de dorpsbakker, spinazie bij de dorpsgroenteman en de fiets gerepareerd bij de dorps-rijwielhandel werd kunst gekocht bij de dorpsschilder.  Opeens bedacht ik dat Bob Denneboom misschien nog niet lang genoeg overleden zou zijn om er voetstoots vanuit te gaan dat zijn werk zoveel miljoenen waard zou zijn. Maar voordat ik mij zou gaan aanmelden voor Kunst of Kitsch zocht ik op dat de werken van Vincent van Gogh al twintig jaar nadat hij zichzelf door het hoofd schoot als een razende werden opgekocht door de familie Kröller-Müller. En hoewel Bob zich niet door het hoofd had geschoten noch een oor had afgesneden, zou de waarde zeker moeten zijn vertien- zo niet verhonderdvoudigd. Ten slotte had Bob Denneboom gewoond en gewerkt in een echt kunstenaarsdorp. Er was zelfs rond de vorige eeuwwisseling een soort van Egmondse school geweest met George Hitchcock en Gari Melchers. En dat waren de hoogtijdagen van het impressionisme. Met Rob Scholte als inwoner had De Hoef enige reputatie op het gebied van hedendaagse kunst. En had een Egmonder vorig jaar niet Project Rembrandt gewonnen? Hier werd niet geprutst. Het kon niet mis gaan. Het enige dilemma was 'Gezicht op Alkmaar' bij Christie's of Sotheby's te laten veilen. Bij beide veilinghuizen had ik in Londen wel eens een verkoop van dure schilderijen meegemaakt. Dat was prachtig - zo'n veilingmeester die even tussen neus en lippen een Monet of Gauguin liet zien alsof het een voetbalplaatje was en daarna meteen met een beginbod van anderhalf miljoen kwam. Dat deden een paar mensen in de zaal over en weer biedingen tot vijf miljoen en dan ging het door aan de telefoon tot 60 miljoen pond, waarna het werd afgehamerd. Meestal bleef de koper onbekend en werd daarna bij de borrel gesuggereerd dat het wel een Russische oligarch of een Arabische sjeik moest zijn. De Hermitage in St. Petersburg leek mij wel iets voor een echte Denneboom. Die herbergt al de grootste collectie Hollandse meesters buiten Nederland, waaronder Jan van Goyens Kust  bij Egmond aan Zee. 'Gezicht op Alkmaar' zou een mooie aanvulling zijn. Maar financieel gezien zou het Louvre Abu Dhabi nog beter zijn. Die bood in 2017 400 miljoen voor een Da Vinci waarvan de echtheid nog wordt betwijfeld. En de echtheid van mijn Denneboom was boven alle twijfel verheven. Voordat ik zou aanbieden om naast Eeuwigelaan 4, de bolide en de vakantiewoning in de Bahama's ook maar de kosten van het nieuwe voetbalcomplex in de Egmonden en de herbouw van het Slot - ten slotte ooit een vurige wens van Bob - op mij  te nemen, keek ik voor de zekerheid nog even online om een inschatting van de prijs te maken. Er stond een geveild schilderij van Bob - Aquarel - Haven - ingelijst - circa 1958. Alleen de prijs die er achter stond was  €45,00. Dat betekende vast dat de komma een punt zou moeten zijn en vier nullen ontbraken, zo nam ik aan.  Meteen belde ik op om deze grove onzorgvuldigheid te laten herstellen. De veilingmeester nam zelf op: 'Nee, het was echt 45 euro geweest. Iemand uit de Churchilllaan had er met een tikkie voor betaald', zo wist hij. Ik protesteerde: 'Dat kon niet. Bobs werken waren veel mooier dan die van Ruysdael of Vermeer. En er zouden geen nieuwe Dennebomen meer op de markt kunnen komen. Was al in Abu Dhabi geïnformeerd?' Of ik ben slachtoffer van een complot of heb geen verstand van kunst.

Column Jan Houtenbos; Abdij

22 januari 2021

Bodemonderzoek bij de abdij

Telkens weer verbaas ik me dat wij Egmonders mogen wonen in een historische omgeving. Er zijn veel historische plekken in de Egmonden. Denk aan de Slotruïne in Egmond aan den Hoef of de Adelbertusakker in Egmond-Binnen. In vergelijking met andere gemeenten besteden wij er misschien wel te weinig aandacht aan. Onlangs las ik een artikel in het Egmonds historisch tijdschrift  “Geestgronden”. Een artikel met de titel “geofysisch onderzoek abdij Egmond-Binnen” trok mijn aandacht. Voor alle duidelijkheid geofysisch is niets meer of minder dan het registreren van contrastverschillen in de bodem. Het huidige abdijterrein is een provinciaal archeologisch monument en de provincie vond het wenselijk om deze locatie nader, of we kunnen beter zeggen nogmaals, te onderzoeken. Een locatie met een historie, die terug gaat naar de tiende eeuw die de afgelopen jaren meerdere malen is onderzocht.

Column Marion van Dam; Jaap

22 januari 2021

Zoals geschiedliefhebbers en bewoners van alle dorpen in de regio bekend, was het duingebied ten noorden van Egmond tot 1992 particulier bezit en gesloten jachtdomein van de adellijke Six van Wimmenum. U weet wel, voorouders van die jonge aristocratische kunsthandelaar Jan Six en het mysterie van de discutabele Rembrandt. Dat terzijde. Het tuinpad van mijn vader en zijn bollenland - u misschien ook bekend - grensde aan de duinen dat vanwege het 'particuliere en gesloten’ uiteraard strikt verboden was te betreden. De aangestelde jachtopziener Jaap nam zijn taken ernstig en joeg elke onverlaat met een grom, tezamen met die van zijn grauwende bouvier het duin uit. Maar ik zeg u, leg bij Egmonders nooit de nadruk op het woordje ‘nee’ en ‘niet’. Op de bollenvelden hipte legio aan konijnen en hazen rond, dat zich ’s nachts niet door een gaashekje liet beletten onze groententuin leeg te knagen. Mijn vader vond het zodoende prima als Jaap zijn dubbelloops zo nu en dan van de schouder nam en een boutje schoot. Daar stond tegenover dat het duingebied voor ons toegankelijk was om te spelen of naar het strand te lopen. Simpel gesloten dealtje. Met een hoofdknik en een tweeklank werd dat bezegeld. Pa zei ons: “Dus als Jaap jullie het duin uitstuurt, zeg je maar dat je er eentje van Van Dam bent.” Soms kwamen we thuis van school en hing er een geschoten konijn of fazant met een touwtje om de poten aan de deurklink, een warme geste van Jaap. Mijn moeder kreunde dan een “Nee..” Maar pa wist er wel raad mee; ’s avonds stond er een pan met gesudderd beest op tafel. Wat kan ik zeggen, ik ben er een grote meid van gegroeid maar eenmaal het nest verlaten, heb ik ‘de vader, de zoon en de heilige geest’ nooit meer gepreveld voor iets dat is doodgemaakt. Maar zo kwam het voor dat we tijdens ons spel weleens onverwachts werden verrast: “Mot dat?” Jaap was een snelle, atletische man die onzichtbaar leek tot hij naast je stond. Tel daar die kort aan de lijn gehouden natte neus bij op en wij hadden al zeven kleuren in de broek. Ik zou er alles voor geven om onze gezichtjes nog eens te zien wanneer we papa’s instructies volgend, met timide stemmetjes herhaalden: “Wij zijn van Van Dam..” Jaap draaide zich daarna zwijgend om en verdween als een spook in de nacht. Wij hervatten onze ademhaling en het spel. Marion van Dam

Column Hanneke Mooij; Netflix of frisse lucht

15 januari 2021

Natuurlijk is het aanbod van fantastische films, spannende series en boeiende documentaires op Netflix onuitputtelijk en zou ik werkelijk waar met álle gemak de rest van deze dag al bank hangend mijn ogen iets vierkanter kunnen laten worden. En daarmee mezelf in een nóg lamlendigere staat brengen dan ik al ben. En dat eigenlijk al weken. Nu zal ik daar de enige niet in zijn want ook ik ben er inmiddels wel van overtuigd dat de overgrote meerderheid van de bevolking ernaar snakt om er op uit te gaan. Maar mijn lijf schreeuwt om frisse lucht, zuurstof, buiten! Tussen twee motregenbuien door op een wat druilerige en vooral grijze zondagmiddag zie ik mijn kans schoon. Na buienradar te hebben geraadpleegd en mijn kansen op een drijfnat pak te hebben berekend, waag ik de gok en stap op de fiets. Heerlijk, even de natuur in. Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik alleen maar de weg waaraan ik woon hoef over te steken om het Noordhollands Duinreservaat te bereiken, dus het zal jullie niet verbazen dat ik dat ook regelmatig doe. Zo ook dit keer. Door de duinen van Egmond en Bakkum waar ik zo nu en dan wat wandelaars tegenkom, fiets ik via Castricum en Heiloo en kom uiteindelijk terecht bij het gebouw waar Boudewijn de Groot over zingt in “Het land van Maas en Waal”: de Egmondse Abdij. Héél vroeger kwam ik daar een enkele keer en in een nostalgische bui ga ik naar binnen. Ik aanschouw de doopvont welke kortgeleden na fikse voorbereiding – want 500 kg verplaats je niet zómaar even – is overgebracht vanuit de te slopen Adelbertuskerk en ik zie dat de kerk nu middels een glazen scheidingswand is opgedeeld in tweeën. Geheel alleen geniet ik in alle rust van de oorverdovende stilte en ben niet zozeer gelovig maar steek meer uit een soort traditie een kaarsje aan voor mijn ouders die zijn gaan hemelen. Dan hoor ik de deur opengaan en ergens schuinachter me neemt een bezoeker plaats. Korte tijd later staat deze op en zie ik een man via het voorste gedeelte van de kerk verdwijnen in één van de gangen. Weer dompel ik mij onder in de stilte maar niet voor lang. Want ineens word ik verrast door prachtig gezang wat opklinkt, het lijkt wel een film, zo onwerkelijk. Het ontbreekt nog maar nèt aan de aanstekelijke dancebeats van de band Enigma, die in december 1990 een megahit scoorde met ‘Sadeness’ waarbij de beats werden gemixt met monnikengezang. Zeker 10 minuten luister ik naar dit wonderlijke gezang en kort nadat het opgehouden is, verschijnt de mannelijke bezoeker weer. Hij verlaat de kerk en toch wel nieuwsgierig geworden, ga ik achter hem aan. Ook hij is met de fiets en bij onze geparkeerde stalen rossen spreek ik hem even aan. Hij was inderdaad degene die gezongen had en deed dat wel vaker, verklaarde hij, o.a. Gregoriaanse liederen zingen in kerken door heel Nederland heen. Gewoon, omdat hij die behoefte voelde. Het deed hem goed dat ik ervan genoten had. Ik was wel zo wijs om maar niet te verklappen dat het me eigenlijk deed denken aan de periode waarin ik menig uurtje – al dan niet onder invloed van wat geestverruimende middelen – heb staan dansen op muziek van eerdergenoemde band. In ieder geval was ik vooral blij dat ik die middag de buitenlucht had verkozen boven Netflix. En kwam ik droog thuis.

Column Rudolf Scheltinga: Dicht

15 januari 2021

De kerk is dicht. Ongelooflijk maar waar. Dicht. Potdicht. Lockdown. Dat wat ondenkbaar was, werd waar. Ik had ’t mij nooit kunnen voorstellen een jaar geleden, de situatie waarin we nu zitten, als inwoners, als kerkgangers, als pastoor. Bijna lege straten, een lege kerk, een lege agenda. Pats boem. Donderslag bij heldere hemel. Een enorm gevoel van leegte, zo herinner ik mij. Wat moet ik nu als pastoor: geen mensen meer in de kerk, geen huisbezoeken meer. Bellen en gebeld worden. Communicatie via website en Facebook. Een collega ging een ochtendgebed streamen. Zijn kerk was ook dicht. Dát kan ik ook doen: bidden in de kerk en dát uitzenden. Hoe doe je dat met je mobiel? Gewoon maar proberen, eens kijken of ’t werkt. En langzaam ging de kerk weer open: via dat kleine cameraatje op ’t mobieltje kwam de kerk weer naar buiten, ging de kerk op Derp de hele wereld over. Buiten was de lockdown, maar binnen werd ’t steeds opener. Daar waar deuren gesloten bleven gingen vensters open naar de wereld toe en kwam de wereld ook weer de kerk binnen. De kerk is open. Opener dan ooit. Open. Via het wereld-wijde-web. Dat wat ondenkbaar was, gebeurde. Open Rudolf Scheltinga pastoor

Inschrijven Flessenpost uit Egmond
Dan spoelt het flesje iedere vrijdag aan in je mail
AANMELDEN
Uw e-mailadres wordt alleen gebruikt voor het versturen van de Flessenpost uit Egmond. U kunt altijd de afmeldlink gebruiken, deze is opgenomen in de nieuwsbrief.
close-link
Terug