Deel

Column Kim Klaver: (M)Otherhood

Column Kim Klaver: (M)Otherhood

Ik was ziek en ik lag in het weekend een beetje lafhartig op de bank te Netflixen. Nee, dus geen ‘Netflix&Chill’ (zoek dat maar eens op…), daar ben ik intussen ook veel te oud voor, zo denk ik op een slechte dag. Van die gedachte word je dus meteen ziek, je kunt duidelijk beter jong van geest blijven.

Maar goed, dat is een heel ander onderwerp, dus terug naar dit: al snotterend lag ik dus op die bank te vegeteren en ik stuitte op de ene slechte, goedkoop gemaakte kerstfilm na de andere. En toen kwam ik Otherhood tegen. Ook niet de beste film, maar in ieder geval een goede cast en een onderwerp waar ik ‘affiniteit mee heb’.

Goed, Otherhood. Het gaat dus, tata, over het moederschap nadat je kinderen zijn uitgevlogen. In dit geval nog een beetje ver-van-mijn-bed-show, want het betrof drie moeders met zonen van eind 20, afgestudeerde jongens met vaste banen, dus je begrijpt het: deze moeders waren al ervaren empty-nesters. Maar het werd voor hen eigenlijk alleen maar erger, want die zonen lieten niet eens meer iets horen op Moederdag.

De dames besluiten verhaal te halen en wat volgt is een film over de relatie met je kinderen, hoe geef je die iedere keer weer vorm en bovenal: hoe geef je je eigen leven vorm?

Eigenlijk werd ik er eerst een beetje droef van. Want als dat mijn voorland is, dan blijft er weinig over van die prachtige relatie die ik met mijn kinderen heb. Als er geen belletje meer vanaf kan, wat heb je dan nog? Gelukkig liep het anders, maar het zette me wel aan het denken. Hoe sta je in je relatie met je volwassen kinderen? Hoe deden en doen mijn ouders dat met mijn broers en zus en met mij?

Ik begin dan ook eerst meteen maar even met het bedanken van al mijn ouders. Die eigenlijk nooit iets vragen, maar altijd blijven geven. En ook ik ben wel eens slordig met het onderhouden van contact. Want druk, zelf kinderen, werk etc. De relaties zijn gelukkig diep en sterk, ik ben er zo blij mee.

En dan mezelf. Ik heb nog wel eens de neiging me overal tegenaan te bemoeien, dat is natuurlijk niet altijd handig. Tegelijkertijd laat ik mijn zoon zijn leven leiden en steek ik mijn neus niet in zijn zaken, waardoor ik me soms wel eens afvraag of ik juist zelf te weinig contact houd. En naast een klein regeltje in het Sinterklaasgedicht laat ik het los, omdat ik toch denk dat dat de juiste vorm is voor dit kind. Met mijn dochter is het weer anders, daarmee heb ik veel meer los te breken, terwijl ik tegelijkertijd nog heel veel verbinding moet houden. Het is ook per persoon zo verschillend.

Dat brengt me op vertrouwen. Is het niet gewoon zo dat je mag vertrouwen op de band? Dat die leidend is en dat je daarvan uit mag gaan? Als ik dat doe, dan zit het bij ons op alle vlakken wel goed. Het onbestemde gevoel dat soms overblijft, is toch echt mijn eigen gevoel en daar hebben die twee van mij niets mee van doen, ik bedoel, dat hoeven, kunnen en mogen zij niet voor mij oplossen.

Dus met 2023 is aantocht heb ik een goed voornemen: met alle liefde die ik in me heb wil ik vooruit. Nieuwe stappen zetten, voor mezelf, maar met oog voor iedereen die me lief is. En mijn kinderen? Ja, die horen er vanzelfsprekend altijd bij, wat ik ook doe en waar ik ook ben. Happy NewYear!

Meer 'Columns':

Column Els Rosenmöller: Trots

1 maart 2024

Ze was wijkverpleegkundige en zat vlak voor haar pensioen. Al vloog ze met grote betrokkenheid door de wijk en genoot ze voor 200% van haar werk, het dromen over haar toekomstige leven was begonnen. Stel je voor: naar Curaçao voor 3 maanden, het eiland waaraan ze haar hart had verpand. Meer tijd voor haar volwassen drie zonen. Nog meer bakken, 6 gangen diners koken voor haar vrienden, kleding maken en eindeloos wandelen met haar hond Kartousch. Tot ze plots op haar geliefde Curaçao samen met zoon Gijs in de hel belandde. De COPD die zij door menig sigaretje had opgedaan deed haar de das om. Uitgeput door enorme benauwdheid en de ontkenning daarvan, belandde ze in het ziekenhuis. De ziekenboeg van de KLM bracht haar thuis. Natuurlijk ging hier een geschiedenis van longproblemen aan vooraf. Al snel bleek dat zelfs experimentele behandelingen in het ziekenhuis haar niet konden helpen. Joan kon niets meer. Werken hield op en er viel geen koekje meer te bakken. Een blokje om met Kartousch werd de eervolle taak voor zoon Kees, die gelukkig nog zo fijn bij haar woonde. Toch gaf Joan niet op. Ze ging quilts maken, dat kon zittend, rustig, zonder al te veel bewegen om het stikbenauwde gevoel de baas te blijven. Tot ook dat niet meer ging. Misschien had de vriendin van Daan al zo’n voorgevoel toen ze met Joan vorig jaar haar trouwjurk al wilde gaan uitzoeken? En wie had gedacht dat Gijs een kindje zou krijgen? Nu is Joan bij ons, met een kleinkind op komst en een trouwerij voor de boeg. Toch staat haar besluit vast. ‘Ik stap uit het leven’, vertelt ze mij met opluchting in haar stem. Soms is praten al te veel. Toch stel ik vragen; zij wil ook dat ik vraag. Het helpt, het spiegelt, het emotioneert, het ordent en het maakt haar trots. Trots op de keuze die ze heeft gemaakt. Om alles samen te kunnen regelen tot na haar dood voelt zinvol en verbindt als nooit tevoren. Natuurlijk komt zelfbescherming om de hoek kijken, sterker nog, die is de deur niet uit geweest, want hoe laat je dit als moeder los? Hoe kan je na verdiepende gesprekken met vriendinnen, vrienden, ex-man, je jongens en het kleine meisje-op-komst gaan? Ondraaglijk uitzichtloos lijden bepaalt haar leven. En al kan ze zeer reëel met veel humor uit de hoek komen, de lol is haar ontnomen. Al haar dromen zijn in een diepe put gedonderd: ‘Dit is niet wie ik ben’. Ze wil haar kinderen verder verdriet besparen. Haar huisarts komt om euthanasie te verlenen en Joans leven te stoppen. ‘Ná dit leven is niks’, zegt ze. ‘Hier’…. en ze geeft me een engel waar een lichtje in zit. Ze kreeg het van een voorbijganger hier in de straat. ‘Ik heb er niks mee’. Bij de vraag of ik het engeltje wel mag verlichten op de dag van haar sterven kijk ze me gerustgesteld aan: ‘Ja, dat vind ik wel mooi’.

Column Nico Knol: Vasten

1 maart 2024

Er staat in de keuken van onze pastorie in Amsterdam-Noord een enorme droppot die goed gevuld is. Er zijn zoveel toegewijde vrijwilligers die een dropje verdienen en daarbij helpt zo'n pot ook bij vergaderingen, vooral vergaderingen die lastig zijn. 'Zoet houdertjes' op tafel zorgt ervoor dat ook deze vergaderingen prettig verlopen.

Column Peter de Waard: Egmond Airport

23 februari 2024

Eigenlijk had Schiphol ook Slothol kunnen heten met de Binderbaan, de Hoeverbaan en de Derperbaan. De uitkijktoren zou de verkeerstoren zijn. En waar nu de Van Speijk staat, had de luchtverkeersleiding kantoor gehouden. Voor spotters zou bij Bakkum een plekje moeten zijn gemaakt. En het Hoefplan was een groot parkeerterrein geweest in plaats van een verzameling lelijke flats.

Column Rob Hoogland: Je hebt gelijk, neef: hoogste tijd voor nieuwe opzet KNVB-bekertoernooi

23 februari 2024

Nee, er werd niets gemanipuleerd. Maar de laatste tien jaar werkte Feyenoord wél 32 van de 41 bekerwedstrijden in de Kuip af (dit jaar zelfs alle duels). Dat moet anders, gezien de zakelijke belangen.

Column Peter van Vleuten: Vox populi

16 februari 2024

Op 3 februari 1959 kwamen de drie prille popsterren Buddy Holly, Ritchie Valens en The Big Bopper om bij een vliegtuigcrash. Ter gelegenheid van de 65e verjaardag van wat ‘The Day the Music Died’ zou gaan heten, maakte ik onlangs voor de Songwriterschool een mini-college over de song American Pie, die deze dag als startpunt heeft. Don McLean beschrijft de veranderingen die zich na dat moment hadden voltrokken: de roerige jaren 60.

Column Kim Klaver: Cluppie Compleet

16 februari 2024

Onlangs liep ik met mijn kinderen en schoondochter door het centrum van Antwerpen. Een dagje op stap met elkaar. Eten, drinken, shoppen, rondlopen, kijken en vooral samen zijn. Want zo vaak doen we dat niet, en al helemaal niet met het complete clubje.

Column familieagent Maaike: Ik weet het meteen, ze leeft niet meer

9 februari 2024

Maaike (41), familieagent in opleiding: ‘Ik heb 27 gemiste oproepen op mijn telefoon. Mijn vader en mijn broer probeerden me net te bellen terwijl ik in de tuin was. In een rotgang fiets ik naar het huis van mijn ouders. Aangekomen zie ik overal politieagenten. Ik herken mijn collega’s. Hun koppies hangen naar beneden. Ze doen niks. Want er is niks meer te doen. Ik weet het meteen als ik mijn vader zie: mijn moeder leeft niet meer.

Column Els Rosenmöller: Ard Schenk

9 februari 2024

Niek kwam binnen met z’n eigen grote sta-op stoel. Die stoel is zijn leven. Dag en nacht zijn kameraad. Niek gaat nergens anders heen, want dan slaat de angst voor de verschrikkelijke benauwdheid toe. Van een bed wil hij niet horen. Vaak vergezellen we Niek en zijn kameraad, want deze stoere grote nieuwe gast houdt van een praatje.

Column Kim Klaver: Kom maar op met die tranen!

2 februari 2024

Grappig hoe dat werkt, hoe je toegroeit naar veranderingen waarvan je weet dat ze eraan komen. Ik weet bijvoorbeeld dat mijn dochter binnenkort ook het nest verlaat. Wanneer, dat zegt de grote voorziener echter niet. Want: woningnood en woekerprijzen voor hele kleine kamers met vochtige muren en tochtende kieren in de kozijnen van het enkele glas. Dus het kan morgen zijn, maar ook nog een jaar of langer duren. Maar … de dag waarvan je wist dat hij zou komen, staat ergens om de hoek op ons te wachten.

Column Peter van Vleuten: Schotsspringen

2 februari 2024

Afgelopen week kreeg ik bij een zoekopdracht een schoolfoto aangeboden op Schoolbank.nl Herinnert u zich dat nog? Het was een van de eerste sociale media toen modems nog krakend en piepend een verbinding met het wereldwijde web maakten. Lang voor Facebook, Instagram, TikTok of wat dan ook. Ik zag mijn oude school, de juffen en de meesters en uiteraard de klassenfoto’s. In zwart-wit. En ik las de nostalgische commentaren eronder. Over lievelingsmeesters, favoriete juffen of aan wie men slechte herinneringen bewaarde.

Column John de Waard: Eurootje per kilometer?

26 januari 2024

Ik las deze week in de krant dat een drugsbaron in Guatemala is veroordeeld tot 808 jaar gevangenisstraf. Hij had zestien mensen omgebracht – goed voor elk 50 jaar gevangenis – en voor het deelnemen aan een criminele organisatie kreeg hij nog eens 8 jaar. Misschien voor de administratieve lasten nog een half jaartje erbij? Maakt het uit. Ik denk niet dat hij uitkijkt naar de dag dat de celdeur weer open gaat. Zelfs met aftrek van voorarrest, strafvermindering vanwege goed gedrag en – doe ‘s gek - halvering van zijn straf niet… Maar wat heeft het in godsnaam voor zin om iemand te veroordelen tot 808 jaar gevangenisstraf? Is die straf soms overdraagbaar? In Amerika kun je ook tot meerdere keren levenslang worden veroordeeld. Hoezo dan? Eist de Officier van Justitie dat iemand na zijn of haar dood terugkomt van gene zijde om de rest van de straf uit te zitten? Maar ja, in een land waar ze kans lopen om voor de tweede keer Donald Trump als president te krijgen kun je alles verwachten: zou zo maar kunnen dat je van deze Oranje Almachtige gratie krijgt voor de eerste twee keer levenslang. Hoef je misschien nog maar een keer uit te zitten. Zou het niet gewoon een stuk beter zijn om mensen een straf te geven waar we als maatschappij nog iets aan hebben? Bijvoorbeeld helpen hozen bij het Vredeskerkje, sinaasappels uitdelen en rotzooi opruimen tijdens en na Wandelmarathon Egmond en elke andere wandelmarathon die er verder nog is in Nederland. Je moet ze bovendien als veroordeelde gesponsord uitlopen. Zelf sponsors werven uiteraard. Van het geld zie je zelf helemaal niets; dat gaat naar een goed doel. Net als Le Champion dat doet met een deel van het inschrijfgeld van de deelnemers. Dat tikt al aardig aan zoals u heeft kunnen lezen. In het geval van die drugsbaron: zo’n sponsorbedrag kan nog lekker oplopen, 808 jaar meedoen aan alle wandelmarathons in Nederland tegen een ‘tarief’ van een eurootje per kilometer… John de Waard

Column Nico Knol: Meer dan woorden alleen…..

19 januari 2024

Om de veertien dagen is ze erbij. Samen met een andere naamgenoot uit Egmond-Binnen. Ze wandelen samen de laan op naar de Buurkerk aan het einde van de Abdijlaan om 'op adem te komen'. Niet dat het zo'n lange wandeling is maar ze vindt het fijn om eens in de twee weken op een plek te zijn die goed en veilig voelt.

Column Gerard Zonneveld: Wat een maf!

19 januari 2024

Op een late zaterdagmiddag rijden wij na familiebezoek van Heiloo naar Egmond. Vanuit de wijk Ypestein kan je dan over de Vennewatersweg of de Stationsweg naar huis. Wij kozen voor die laatste. De Stationsweg is al heel lang het zorgenkindje van onze buurgemeente. Eigenlijk niet geschikt voor veel verkeer maar dat is er wel. In de loop der jaren is er veel over gesproken en er zijn diverse maatregelen genomen om het verkeer zo goed en zo kwaad als het gaat door de straat te loodsen. Drempels, wegversmallingen en een 30 kilometer zone moeten de snelheid er uit halen om de weg zo veilig mogelijk te maken voor alle gebruikers. Bij zo’n wegversmalling begon ‘de ellende’. Ter plekke kan er slechts van één zijde verkeer door. Dit houd in dat verkeer dat van de andere kant komt even moet wachten. Geen van de beide richtingen heeft voorrang. Je moet er dus samen uit zien te komen en dat gaat heel vaak goed. Behalve die ene keer …. Terugblikkend rijden wij in een rijtje van 5 auto’s vanaf de stoplichten van de Kennemerstraatweg richting het station van Heiloo. Het kunnen er ook 4 of 6 geweest zijn. Na diverse obstakels omzeilt te hebben naderen we volgende wegversmalling. Soepeltjes volg ik de auto’s die voor mij rijden en sta al half tussen de paaltjes. Plotseling duikt er van de tegenovergestelde rijrichting een witte auto op die niet stopt maar mij klem rijd. Daar sta ik dan. Ik kan inmiddels niet meer voor- of achteruit. Een inschattingsfout van de bestuurder van de witte auto en één die hij snel gaat herstellen; zo is mijn verwachting. Die witte zal achteruit gaan, zich excuseren en een ieder vervolgt zijn of haar weg is mijn inschatting. Maar zo makkelijk ging het niet …. De bestuurder van de witte bolide doet namelijk niets! Voor mijn gevoel staan we minutenlang tegenover elkaar op een paar meter afstand. Het is schemerig en ik heb geen idee wie mijn ‘tegenstander’ is in die wagen die maar niet wil verplaatsen. Automobilisten om ons heen stappen uit om de situatie te beoordelen. Fietsers en wandelaars blijven staan kijken hoe dit af gaat lopen. Heiloo komt even tot stilstand. Ik ben vastberaden. Achter onze auto is ruimte om terug te draaien maar ik weiger. Ik ga niet achteruit en maak mijn gordel los om het verhaal achter de actie van mijn opponent te gaan vernemen. Nu grijpt mijn vrouw luid en duidelijk in ‘Je gaat niet de auto uit’! Zo zit ik nog een poosje voor mij uit te staren. Van binnen kook ik inmiddels maar nar buiten toe blijf ik kalm. Een andere automobilist gaat eens polshoogte nemen bij de weigeraar. Even later komt deze jongeman ook bij ons langs. Ik draai het raampje open en luister naar zijn verhaal. ‘Volgens die bestuurder heeft u uw auto ervoor gegooid op hoge snelheid. Asociaal rijgedrag noemt hij het’. Op mijn vraag wie er in die auto zitten antwoord hij ‘Een kale man met een vrouw ernaast en twee kinderen op de achterbank’. Kijk zo ontstaan er dus verkeersruzies. Als twee partijen allebei denken het bij het rechte eind te hebben is een escalatie nabij. Mijn vrouw zegt voort de zoveelste keer’ Rij de auto naar achteren en laat hem er door’! Het is de omgekeerde wereld maar geheel tegen mijn principes in doe ik het uiteindelijk wel. De witte auto kan zijn weg vervolgen en het verkeer in Heiloo komt weer op gang. Ik rij met de pest in mijn lijf naar huis. Wat een idioot!

Column agent Marion: Johan

19 januari 2024

Ik kwam hem vaak in het centrum tegen. Meestal staarde hij verdwaasd voor zich uit. Zag de wereld door een andere bril dan de gemiddelde stadsbewoner. Het was een goede jongen met geen enkel kwaad in zich: Johan. Terwijl voorbijgangers met een grote boog om hem heen liepen. Ik wist wat hem ertoe had gebracht om zijn levensloop in de handen te leggen van dealers en drugs. Zijn keurige ouders deed hij veel verdriet. Daarom, maakte ik graag een praatje met hem.

Column Ineke de Boer: Moeten, mogen, willen……

5 januari 2024

Heeft u ook zo genoeg van het van alles moeten? En nog erger, van het alles niet mogen….. We moeten blij zijn, we moeten vooral genieten, we mogen niet te lang zitten, we mogen niet alleen zijn met Kerst. Waarom eigenlijk niet? Ik ken wel mensen die het fijn vinden om alleen te zijn met Kerst. Zitten ze net argeloos in hun luie stoel “ all you need is love” te kijken, worden ze mee gesleurd door goedwillende buren, die hun liefdadigheid op wie dan ook willen botvieren. Nee hoor, geintje. Natuurlijk weet ik dat er veel mensen zijn, die dat heel erg waarderen, waaronder ik… maar het moeten en niet mogen wordt tegenwoordig heel erg overtrokken …

Column Els Rosenmöller: Een nieuwe vrijwilliger

5 januari 2024

In mei kwam Monique bij mij op gesprek, een nieuwe potentiële vrijwilliger. Ze kwam stralend binnen, een tikkeltje zenuwachtig. Al gauw werd me duidelijk waarom. Monique heeft kanker, ze is ernstig ziek. Stoer vertelt ze dat ze zich had verheugd op vrijwilligerswerk in een hospice, later, als ze met pensioen zou gaan. Maar Monique heeft niets uit te stellen tot later, haar pensioen gaat ze niet halen. Ze bevindt zich in de palliatieve fase, ongeneeslijk ziek met beperkte tijd van leven.

Column John de Waard: vuurwerk

29 december 2023

Als kind had ik al weinig tot helemaal niets met vuurwerk. Als vader moest ik er later toch noodgedwongen iets aan doen, want de jongens vonden het namelijk wél erg interessant. Goed. Dan koop je zo’n ‘vader-en-zoon-pakket’. Dat kan geen kwaad, want het bestaat uit een soort black box met 1 lontje. Dat kun je aansteken en vervolgens gaan er achter elkaar een stuk of tien vuurpijlen de lucht in. Mooi. Zijn we ook weer vanaf. Inclusief die vijftig euro. Op naar de buren voor een borrel. Tegenwoordig gaat het iets anders. Vuurwerk moet op zijn minst in staat zijn om een tunnel van gemiddelde proporties op te blazen. Of, om (vrij vertaald dan) met Koot en Bie te spreken, een volwassen vent van zijn brommer af te blazen. Het hoeft ook niet speciaal op Oudjaarsavond. Welnee, gezelligheid kent geen tijd. Dus dat kan het hele jaar door. Zo kan het dus met enige regelmaat voorkomen dat ik midden in de nacht rechtop in mijn bed schiet, omdat er weer eens een bom wordt afgestoken in het tunneltje onder de Hoeverweg door. Overigens, ik ben niet de enige die dan rechtop zit: ongeveer de hele wijk heeft er ‘plezier’ van. Het is goed dat er twee openingen aan een tunnel zitten (logisch, anders was het geen tunnel maar een doodlopende steeg), anders zat er allang een sinkhole in diezelfde Hoeverweg. Dat is (nog) niet het geval, maar er wordt dus aan gewerkt. Vanaf de dag dat de verkoop van vuurwerk start is het in de regel een geknal van jewelste. Gelukkig (?) is mijn hond al aardig doof aan het worden (gaat steeds meer op zijn baas lijken) dus die reageert niet meer zo panisch. Niettemin, het afsteken van vuurwerk is officieel pas toegestaan vanaf 18.00 uur Oudjaarsdag. Tot 02.00 uur Nieuwjaarsdag. Zowel van het eerste als het tweede komt vrij weinig terecht. Het begint veel eerder en op een gemiddelde Nieuwjaarsdag klinkt de feestvreugde nog behoorlijk na. Binnenkort komen de Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV) weer in de raad voor bespreking. Misschien dat dit nog een leuk gespreksonderwerp is? De handhaving ervan dan bedoel ik uiteraard. Moeten er natuurlijk wel handhavers (beschikbaar) zijn. Uit het Integrale Veiligheidsbeleidsplan blijkt dat we het met een stuk of zes handhavers in de regio moeten doen. Natuurlijk is er ook politie, maar die is meestal druk doende te voorkomen dat Alkmaar voor een tweede keer met de grond gelijk gemaakt wordt. Deze keer niet door Spanjaarden maar door de eigen inwoners. Nu zijn er in onze gemeente bepaalde zones waar je geen vuurwerk mag afsteken. Zou het niet gewoon een idee zijn om juist zones aan te wijzen waar je wél vuurwerk mag afsteken? Dan weet je tenminste welke delen van de bebouwde kom je moet vermijden (al dan niet met je huisdier) en kun je voor de rest gewoon rondlopen zonder te vrezen voor lijf en leden (of die van je huisdier). Maakt het een stuk overzichtelijker voor iedereen. Het is dan niet verboden, de liefhebbers kunnen hun hart ophalen en de haters hebben een groot deel van hun dorp weer terug voor normaal gebruik en hoeven niet steeds achterom te kijken. Vuurwerk zou toch juist iets moeten toevoegen aan de feestvreugde? Bijvoorbeeld, dat we weer een jaar verder zijn in de ontwikkeling van onze beschaving. Die indruk heb ik niet altijd, zullen we maar zeggen. John de Waard P.S. Ik wens uiteraard iedereen een fantastisch nieuwjaar. Met alle ledematen nog intact.

Column Hanneke Mooij: Eerlijke vinder

22 december 2023

Terwijl ik mijn autoportier dichtgooi, valt mijn oog op het grote stuk papier dat half uit mijn brievenbus hangt. Waarop in grote letters geschreven staat “KIJK IN BRIEVENBUS”. “Goh” denk ik “er is blijkbaar iemand die wel héél graag wil dat ik zijn of haar kerstkaart lees”. Ik open de brievenbus en leeg de inhoud in mijn boodschappentas. Een krantje, wat post en waarschijnlijk, aan het gewicht van een van de stukken te voelen, een hele creatieve kerstkaart want deze is duidelijk wat aan de zware kant.

Column Ruud de Raadt: Wie is de mol?

29 december 2023

Opeens waren ze er aan de overkant van de straat. Molshopen, en dat een paar dagen na het begin van de meteorologische winter. Vreemd, die zie je toch meestal in de lente. Aldus begon ik deze keer naar het antwoord te speuren. In de dagen die volgden, kwamen er trouwens al meer molshopen en sommige al aanwezige begonnen aardig uit te dijen. Allereerst is de mol (Talpa Europaea) een zoogdier. Hij leeft hoofdzakelijk onder de grond en is donkergrijs tot zwart getint. De mol komt uit de familie der mollen (Talpidae). Als je de Latijnse naam Talpa ziet, gaat er natuurlijk gelijk nog een lichtje branden, namelijk John de Mol met zijn bedrijf Talpa.

Column Peter de Waard: Kerst 1967

22 december 2023

Nadat in de middag van 24 december de laatste schoongemaakte en vertimmerde narcissenkisten in de dors waren opgeborgen, begon in mijn jeugd Kerstmis. Het was in Egmond dan nog twee uurtjes licht. Dat was net voldoende tijd om mij naar de Wimmenummer duinen te laten fietsen om een mandje zilvermos bijeen te spitten voor de kerststal.

Column Nienke Richard – Jaquet: Maandag wasdag

12 januari 2024

Het is vrijdag vandaag, maar ik ga niet naar school, ik ben ziek. De huisarts, de legendarische dokter Helle die van verloskunde zijn specialiteit heeft gemaakt en ook mamma geholpen heeft bij de geboorte van mijn twee zusjes, beklopt mijn rug en tuurt door zijn licht getinte brillenglazen in mijn keel. Min of meer in zichzelf prevelend stelt hij zijn diagnose die bij mij aankomt als een vonnis: angina, zeven dagen thuisblijven. Een hele week niet naar school dus, maar vooral geen handbalwedstrijd zondag, de laatste van het seizoen. Voor mij een ramp. Ik draag mijn aanvoerdersband over aan de dappere keepster en verschuil me onder de dekens met mijn keelpijn en mijn verdriet. Maandag, wasdag Op maandag gaat het iets beter met me. Mamma heeft de bank in de woonkamer omgebouwd tot bed. Met twee dikke kussens in mijn rug en onder een warme deken word ik vertroeteld. Ik drink kleine slokjes versgeperst sinaasappelsap en knabbel aan een krentenbol, een traktatie alleen voor speciale gelegenheden. Het is maandag, dus wasdag. Mamma heeft niet veel tijd om zich met me bezig te houden. Gelukkig is er een hele stapel Donald Ducks en Suske en Wiske-strips om me gezelschap te houden. Mamma is druk bezig in de keuken. Ik hoor de wieltjes piepen als ze de zware wasmachine naar het aanrecht zeult. Van bovenaf vult ze dit halfautomatische wonder met wasgoed en voegt een paar emmers water toe. Ze schept het waspoeder uit een grote plakkerig aanvoelende kartonnen doos en start het programma. Een elektrische weerstand verwarmt het water, de trommel draait en aluminium vinnen roeren het wasgoed. Een zacht gezoem vult het hele huis en de lucht geurt naar zeep. In de tussentijd loopt mamma naar buiten met een lap. Ik vraag me af waarom ze die doek over de waslijn haalt. Ze laat me de zwarte streep roet zien, afkomstig van de kolenkachels waar alle huizen mee zijn uitgerust. Het drabbige waswater wordt automatisch afgevoerd via een smoezelige rubberen slang die stevig aan de gootsteen is bevestigd. Nu moet de was nog gespoeld worden, drie keer achter elkaar, dat zijn de regels. Mamma sleept weer af en aan met emmers water. Op mijn aandringen mag ik meehelpen met de volgende etappe. Dik ingepakt draai ik aan de zwengel terwijl mamma de onderbroeken, hemden en sokken door de wringer stuurt, die bovenop de machine is gemonteerd. Na dit toch wel vermoeiende klusje kruip ik snel terug onder de dekens van mijn bedbank, een ideale uitkijkpost om mamma de was te zien ophangen. Ik had sowieso niet mee kunnen helpen. Mijn vader en moeder zijn langer dan één meter tachtig en de waslijn is dus te hoog voor mij. In de tuin naast ons zie ik de buurvrouw met een armvol lakens naar buiten komen. In plaats van die op te hangen, spreidt ze ze uit op het gras. Ze besprenkelt ze van tijd tot tijd met een scheut water, een ouderwetse methode om de was te bleken tot verblindend beddengoed. Een vrouw is een huisvrouw Net als mamma en de buurvrouw, zijn alle vrouwen druk in de weer op maandag, maar geen van hen heeft een betaalde baan! Zodra ze trouwt, wordt de vrouw huisvrouw. Mamma moest dus haar baan als onderwijzeres, waarvoor de een paar jaar eerder met vlag en wimpel was afgestudeerd, opgeven, op voorschrift van de overheid. En zelfs al had ze kunnen doorwerken, zou mijn geboorte tien maanden na haar huwelijk een einde hebben gemaakt aan haar carrière. Er waren toentertijd nog nauwelijks crèches in Nederland. Na de was op maandag, zijn de andere dagen van de week ook goed gevuld. Strijken met een elektrische strijkbout waarvan mamma de juiste temperatuur test door hem gevaarlijk dicht in de buurt van haar wang te houden. Een vochtig persdoekje gebruiken om hardnekkige plooien te verwijderen en te zorgen dat de lange broeken niet gaan glimmen. Ramen lappen met een in azijnwater gedrenkte spons. Een zeemleren lap over die ramen halen, eerst horizontaal, daarna verticaal om maar vooral geen strepen achter te laten. Fotolijstjes, boekenplanken en lampenkappen afstoffen. Stofzuigen. Koper poetsen. Meubels in de was zetten. De gootsteen schrobben. Muren afnemen. Kousenbal Wij helpen af en toe een handje mee. Zelfs al zouden we liever iets anders doen, een meisje (en we zijn met zijn drieën!) moet leren een huishouden te ‘runnen’. Soms heeft mamma ons echt nodig. Ze kan in haar eentje de taak waar ze die middag aan begonnen is niet afmaken. We weten het nooit van tevoren, maar als we uit school thuiskomen en de stoelen opgestapeld in de gang zien staan, dan is het zover. De vloer in de woonkamer is in de was gezet. Onze rol? We trekken onze schoenen uit en geitenwollensokken aan. Wat een feest! In het begin glijden we nog wat moeizaam, afgeremd door de stroeve boenwas, maar al snel wordt het zeil gladder onder onze kousenvoeten en draaien we als ballerina’s om elkaar heen. Aangemoedigd door mamma die achter de piano is gaan zitten dansen we een walsje, hoe langer hoe sneller tot we ons evenwicht verliezen en giechelend over elkaar heen vallen. Dit was de negende en laatste column. Wil je het hele boek lezen? Neem contact met me op via [email protected] Op de bijgaande foto’s, de hoofrolspelers uit het boek: De leerkrachten - Jan Bannink, Harry Meijer en Henriette Smit. De ouders - Inge Braaksma en Otto Jaquet. De zusjes - Maartje, Gertie en Nienke.

Column Kim Klaver: Boekdrukkunst en letterverslaving

15 december 2023

De dochter van een vriendin blijkt verkering te hebben met een jongen die 18 jaar geleden in groep 1 bij mijn zoon in de klas zat, toen wij nog in Amsterdam woonden. Twee kleuters die wel eens met elkaar speelden op het schoolplein blijken nu een gemene deler te hebben in het kind waarmee mijn zoon zijn vroegste jeugd doorbracht: de dochter van mijn vriendin.

Column Els Rosemöller: Zonder woorden

8 december 2023

Samen met verpleegkundige Miriam ontmoette ik Frank in het ziekenhuis. Voor opname gaan we altijd bij onze toekomstige gasten langs voor een kennismaking. Frank heeft door zijn ziekte een taalstoornis, spreken lukt hem niet meer. Vragen beantwoorden met ja en nee gaat goed. Zijn zus en zwager waren bij het gesprek aanwezig. Zij hielpen te vertolken wat Frank zelf niet meer kon verwoorden.

Column Kraantje: Lekker vet

12 januari 2024

‘Het is vreemd maar waar, verkeer in de bebouwde kom, zorgt steeds vaker voor gevaren. Je hoeft de krant maar open te slaan en je leest het ene na het andere bericht over een aanrijding tussen auto’s onderling, een auto met een fietser, een fietser met een brommer, fietsers onderling, het lijkt wel een nieuwe plaag waar we mee te maken hebben.’

Column Noud (61): Forensisch onderzoeker

8 december 2023

‘De vader van een MH17-slachtoffer kwam naar me toe. Hij wilde alles weten over hoe ik zijn zoon had gevonden. Waar lag hij precies? Hoe zag hij eruit? Je begrijpt zulke vragen pas als je zelf iemand bij zoiets verliest. Het is menselijk om houvast te zoeken in zoveel verdriet.

Column Brigadier Bart: Dat is nogal wat…

1 december 2023

Ik kijk in de achteruitkijkspiegel van de politieauto. Op de achterbank zit de juf met links een meisje van negen en rechts een jongetje van zeven. De juf praat heel rustig tegen de kinderen die ieder een hand van de juf hebben vastgepakt.

Column Peter van Vleuten: Familiedingetje

1 december 2023

Een van de mooiste begrippen in de muziek vind ik het verschijnsel ‘blood harmonies’. Dat klinkt misschien een beetje luguber, maar je moet ‘blood’ hier vertalen als bloedverwantschap. Blood harmonies draait om samenzang door vocalisten die letterlijk aan elkaar verwant zijn. Broers en zussen, of zelfs complete families.

Column Nienke Richard – Jaquet: Handbal

15 december 2023

In haar onlangs verschenen boek “Voetstappen van toen” vertelt Nienke Richard-Jaquet (dochter van “meester” Otto Jaquet) over haar gelukkige jeugd in Egmond aan Zee in de jaren 60. Renault 4 Na een paar dagen logeren bij oma in Amsterdam komt de trein in Alkmaar piepend tot stilstand komt. Pappa wacht me op, precies op de plek waar de treindeur voor mijn neus opengaat. Wat een opluchting! Hij pakt mijn koffer met zijn ene hand en mijn hand met de andere. Naast hem voel ik me veilig, zelfs al moet ik het op een holletje zetten om hem bij te houden. Ik moet twee stappen doen waar hij, met zijn lange benen, maar één stap nodig heeft. We steken het plein voor het station over. De quatrelle staat een straatje verderop, voor de middelbare school waar hij sinds een paar jaar Frans geeft. Hij tilt mijn koffer in de kofferbak naast mijn handbaltas die ik met vooruitziende blik - ik wist dat we geen tijd zouden hebben om langs huis te rijden - al voor mijn logeerpartij had ingepakt. Op weg naar het sportveld mag ik - ondanks mamma’s strengste verbod - van pappa voorin zitten. Om dit geheim te verzegelen geven we elkaar een vette knipoog. De kleedkamer Ik pak mijn tas uit de kofferbak en haast me naar de kleedkamer. Mijn teamgenoten zijn al in tenue en slaken een zucht van verlichting als ik de deur opengooi. Gelukkig, ze is er! Snel verkleden! Ik smijt mijn kleren op een hoopje in een hoek van de kleedkamer en trek mijn shirt aan. Mijn witte short steekt fel af tegen het prachtige koningsblauw van het shirt. Mijn sportkousen passen bij mijn tenue, blauw dus met een witte rand aan de bovenkant die ik net onder mijn knieën omsla. Nu nog snel mijn veters strikken en de aanvoerdersband om mijn arm binden. Ik ben precies op tijd klaar om met de rest van de ploeg achter me aan naar het midden van het veld te marcheren. De wedstrijd De wedstrijd wordt in de breedte van het voetbalveld gespeeld. Er zijn maar weinig clubs die een verhard terrein hebben, om van sportzalen maar niet te spreken. Alleen de club uit de grote stad waar we een paar weken geleden tegen gespeeld hebben, heeft een hal tot zijn beschikking. Het rook er naar kool en appels, naar uien en bananen, want doordeweeks staan hier de kratten, dozen en kisten met groenten en fruit die geveild gaan worden. Op vrijdagavond gaan deze kisten en kratten met onverkochte waar aan de kant en wordt de veilinghal omgetoverd in een handbalveld. Beschut tegen regen maar niet tegen tocht was het binnen kouder dan buiten, maar we waren er in ieder geval zeker van dat de wedstrijd doorging. Voor de andere wedstrijden is dat niet altijd het geval. Om niet voor niets de weg op te gaan, luistert om beurten een van de speelsters naar het speciale radioprogramma dat iedere zondagochtend vroeg de afgelaste terreinen opsomt. Vandaag is de lucht blauw met een paar witte wolkjes, de kleuren van ons tenue. Met onze tegenstanders in gele shirts en rode shorts en de twee keepsters in oranje trainingspakken lijkt het net een regenboog die zich van de ene naar de andere kant van het groene veld verplaatst. Dribbelen is ondoenlijk op het gras, het is samenspelen geblazen. Dat gaat niet zonder moeite, want ons team bestaat pas sinds vorig jaar. Het ontbreekt ons aan ervaring, maar niet aan enthousiasme. Dankzij de aanwijzingen die de coach ons van de houten wisselbank toeschreeuwt, lukt het ons een paar doelpunten te zetten. Het publiek, vaders en moeders, ooms en tantes, broers en zussen, buurmannen en buurvrouwen, juicht ons langs de zijlijn toe. Er wappert zelfs een spandoek met “HUP EGMONDIA” om ons aan te moedigen. Ondanks deze luidruchtige steun verliezen we van dit ervaren zevental, maar dat mag de pret niet drukken. Terug in de kleedkamer weerhoudt de verloren wedstrijd ons er niet van onze armen om elkaar heen te slaan en onze strijdkreet uit te schreeuwen. Van tomatenrood en via zuurstokroze krijgen onze wangen langzamerhand een meer natuurlijkere kleur. De kleedkamer lijkt op een houten bouwkeet: een paar spijkers aan de muur om onze kleren op te hangen en een smalle plank waar we amper onze billen op kwijt kunnen. Er is geen douche dus trekken we onze trainingspakken over onze shirts en shorts aan om geen kou te vatten. Daarna haasten we ons naar de kantine en troosten we ons met een beker warme thee. Terwijl we de thee naar binnen slurpen, halen we de beste momenten van de wedstrijd op. Ondanks de verloren wedstrijd feliciteren familie en vrienden ons. Alleen onze coach lijkt minder blij, maar na een paar biertjes, aangeboden door onze vaders, kijkt ook hij weer vrolijk. En na hem beloofd te hebben dat we de volgende keer nog beter ons best zullen doen, is de stemming helemaal koek en ei. De volgende keer: Maandag, wasdag. Wil je het hele boek lezen? Neem contact met me op via [email protected]

Column Ruud de Raadt: José

24 november 2023

José (Spaanse mannennaam, dus Gosé) is met pensioen. Niet hier, maar in Lasarte in Noord-Spanje oftewel Oria in Baskenland. Mijn vriendin en ik waren op vakantie en hadden daar een hotel geboekt om van daaruit San Sebastián te bezoeken. Maar eerst gingen we Oria verkennen. Zo liepen we langs een Asistencial y recreativo del pensionista (soort bejaardenhuis), nou toch niet echt langs, want we besloten naar binnen te gaan. In een grote ruimte van het restaurant zaten aan enkele van de vele tafels Spanjaarden alsook Spaansen op leeftijd. Velen waren aan het kaarten met het bijbehorende lawaai, een grote tv stond aan. Ik ging wat halen aan de bar, een caña (tapbier) en een bitter lemon. We gingen aan een tafel zitten en konden de ruimte goed overzien. Vijf meter verderop zat een man alleen te eten. Af en toe had ik oogcontact. Zo te zien smaakte hetgeen hij verorberde erg goed. Mijn voorstel om hier wat te gaan eten, viel dan ook in goede aarde. Maar wat moesten we eten? Eten uit het Spaans vertalen gaat nog wel, maar sommige gerechten zijn streekgebonden, waardoor de vertaling vaak te wensen overlaat. Ik stapte op de etende man af en stelde me voor. Hij noemde zich José. Ik vroeg wat hij aan het eten was: “Callos”, werd mij verteld en zijn hand ging daarbij heen en weer langs zijn wang. Ik besloot deze soort raciones (tapas) ook te nemen. Toch bestelde ik eerst paella de marisco (zeevruchten), maar aangezien dat er niet meer was toch maar de callos. Mijn vriendin koos voor de oreja en salsa. Witte wijn erbij en smikkelen. Zo passeerden een aantal raciones de revue en de een was uiteraard lekker, een ander iets minder lekker. Toch moet je het meeste gewoon proberen. Toch hielden we wel oogcontact met José, want hij hield wel in de gaten of zijn adviezen bevielen. Overigens liep ik met elk gerechtje eerst langs zijn tafeltje. Ik nodigde hem nog uit om even bij ons te komen zitten, maar hij ging betalen en verliet het restaurant om te roken. Na de maaltijd een sigaretje. Na een overheerlijk toetje met chocola gingen wij ook Orio verkennen. Het was aangenaam druk op straat en heerlijk weer. Uiteindelijk leeft iedereen dan ook buiten. Op de terugweg naar het hotel kwamen we langs een bar, waar José buiten zat te roken. Hij nodigde ons uit om ook even te komen zitten en wij boden hem wat te drinken aan. Hij weigerde, want hij wilde trakteren. We schoven aan, namen wat te drinken en er ontspon zich zo goed en kwaad als het ging een gesprek. José was zijn hele leven automonteur geweest en ging elke dag naar San Sebastian heen en weer. Na zijn werkzame periode genoot hij van zijn pensioen, Hij woonde in een appartementje vlakbij het bejaardenhuis, was zijn hele leven vrijgezel geweest. Hij genoot van zijn dagelijkse beslommeringen, ’s Ochtends opstaan enz., een rondje wandelen, terrasje pakken met een kopje koffie, weer naar huis. In de late namiddag naar het restaurant in het bejaardenhuis en daarna weer een wandelingetje met als afsluiting een kopje koffie of een borreltje op een terras. En niet te vergeten zijn dagelijkse rokertje. José was gelukkig. En zijn eetadviezen…… de varkenspens en de varkensoren waren goed klaargemaakt.

Column Ineke de Boer: De Schulp

24 november 2023

Wat betekent “schulp” eigenlijk? Vroeger sloeg je dan het woordenboek open, in het ergste geval de dikke Van Daele. Jonge lezers zullen elkaar nu verbijsterd aankijken en zich afvragen over welke boeken ik het nu heb. Sorry! Tegenwoordig vragen we hulp aan meneer of mevrouw Google. Die stort dan de broodnodige kennis over ons heen.

Column Nico Knol: Er gebeurde een wonder

10 november 2023

Met een wonderlijke mix van West-Friezen en Noordelingen (A’dam-Noord) mocht ik 2 weken geleden met een nachtbus op bedevaart naar Lourdes. Jaarlijks organiseren Yvonne Heddes uit Ursem en ik een bedevaart naar deze wereldberoemde bedevaartsplaats aan de voet van de Pyreneeën. Op zondag 22 oktober op het einde van de middag kwamen de pelgrims samen met Yvonne en de chauffeur bij mij in Amsterdam-Noord om samen te eten voordat we op reis zouden gaan. Na het eten en voordat iedereen de bus in mocht, moest dat wonder op wielen eerst nog worden gezegend. Het was een splinternieuwe touringcar en de eigenaar van het reisbedrijf hecht waarde aan zo’n zegening.

Column Brigadier Bart: Zodra het alarm afgaat

17 november 2023

Als wijkagent vind ik dagelijks de aangiftes van ‘inbraak uit auto’ in mijn dagrapport. Het inbrekersgilde heeft het meestal voorzien op de Duitse automerken waar, in de nachtelijke uren, de navigatie, het stuur en/of de boordcomputer uit wordt gestolen. Zo vind ik op een dag een aangifte van wijkbewoner Martin. Ik lees dat de “ingewanden van zijn BMW” zijn gestolen. In het weekeinde daarop surveilleer ik door de wijk en zie ik dat Martin in zijn voortuin bezig is. Ik parkeer de politieauto, stap op Martin af en toon medeleven met het verlies van onderdelen van zijn dierbare object. “He Bart, loop even mee naar binnen, dan zal ik je iets laten zien”, zo begint Martin. Samen lopen we naar zijn laptop die op de tafel in de woonkamer staat. Hij klapt de laptop open en drukt op het driehoekje dat op het beeldscherm verschijnt. Een YouTube filmpje wordt gestart. “Kijk” zegt Martin. “Dit is wat mijn bewakingscamera aan de voorgevel van mijn woning heeft opgenomen.” Aandachtig bekijken we het filmpje. ‘s Nachts om 03.00 uur liep een man de oprit van Martin op, opende het portier van zijn BMW en ging achter het stuur zitten. Na twee minuten verliet hij de auto en verdween van het terrein. Zo’n 25 minuten later kwam dezelfde man terug. Hij had een rugzak bij zich. Hij nam weer plaats in de BMW van Martin en bleef daar ongeveer 20 minuten zitten. Toen de man de BMW verliet, zag de rugzak er gevuld uit. Toen Martin die ochtend bij zijn auto kwam, bleek het stuur en de boardcomputer te zijn verdwenen. Martin was “stuurloos” geworden. De auto van Martin staat inmiddels bij de garage en ik vertel dat hij mogelijk een zogenaamde ‘donorauto’ heeft. Het apparatuur van de BMW wordt nu vervangen maar het inbrekersgilde weet dat en na een paar maanden komen ze weer terug, zo wist ik uit ervaring. Er was iets vreemds aan de hand. Normaliter branden de knipperlichten als de auto van het alarm wordt gehaald, maar volgens de bewakingscamera’s waren de knipperlichten niet gaan branden. Dat was vreemd en Martin vermoedt dat het alarm was omzeild, mogelijk was de BMW met een computer gehackt. Een paar weken later word ik weer door Martin gewenkt tijdens mijn surveillance. “Bart, ik heb iets briljants bedacht”, zo begint Martin. “Ik heb een bewegingssensor van mijn woning in de auto gelegd. Zodra het woningalarm er ‘s nachts op gaat, staat ook de BMW onder hetzelfde alarm. Als er weer in mijn auto wordt ingebroken, gaat het huisalarm af en word ik geattendeerd op onraad. Dit zou een inbraak in mijn auto moeten voorkomen en…”, zo ging Martin verder, “ik heb een geintje uitgehaald. Ik heb de sproei-installatie van de oprit op het alarm gezet. Zodra het alarm afgaat, gaan de sproeiers op volle kracht water sproeien. Mocht het gebeuren dat er weer wordt ingebroken in mijn auto, dan bel ik 112 en dan moeten jouw collega’s zoeken naar een persoon waarvan het lijkt of die met z’n kleren aan onder de douche heeft gestaan.” Een paar maanden later, op een droge zomernacht, wordt een man aangehouden. Het lijkt wel of hij in de regen had gestaan. Hij heeft alleen een lege rugzak bij zich. Bij een onderzoek in zijn woning wordt een grote hoeveelheid auto-onderdelen aangetroffen. Martin, briljant, bedankt voor de tip.

Column John de Waard: 11 november is de dag…

10 november 2023

Maar wie doet het nog?

In vroeger jaren was Sint Maarten een dag om naar uit te kijken: met een lampion (of zaklamp) en een zo groot mogelijk tas de deuren langs om snaaiwerk op te halen.

Column Els Rosenmöller: Vrijdag de 13e

3 november 2023

Het was druk bij ons, de maand oktober. In de eerste week overleden er drie gasten. De week erna waren er twee gasten die een uur na elkaar stierven. Een mooie uitgeleide bij het vertrek van onze overleden gast is voor ons belangrijk. Met liefde ontvangen we onze gasten en met eerbied doen we hen uitgeleide. Zo ronden we af, zo laten we de naasten met onze gast verder gaan met alles wat zij nog voor de boeg hebben.

Terug