Deel

Column Peter de Waard: de Koffiemolen

Column Peter de Waard: de Koffiemolen

Omdat er in mijn jeugd nog weinig televisie was – alleen een kinderuurtje met Mik en Mak op woensdagmiddag – moesten we ons zien te vermaken met jeugdboeken. Na het lezen van Cervantes’ boek over de Man van La Mancha vond ik het eigenlijk onrechtvaardig dat Don Quichot niet van de windmolens mocht winnen. Voor antihelden koester ik nu eenmaal meer sympathie dan voor helden.

En na een bezoek met mijn ouders aan de Molendriegang in de Schermer begreep ik wel dat Don Quichot ze zag als enge monsters. Je moest naar boven kruipen via gammele ladders naar bekrompen en donkere ruimtes waar allerlei vervaarlijke vijzels, schoepen en radaren bewogen. Als je daar als kind je hand tussen zou krijgen, zou die meteen verbrijzeld zijn. Zelf was ik overtuigd dat als ik er zou wonen binnen twee weken een dodelijke klap van een van de wieken te krijgen. ‘Slopen die reuzen’, riep ik nadat was uitgelegd dat ze eigenlijk nutteloos waren omdat er inmiddels een elektrisch gemaal was.

Ik wreef ook in mijn handen toen de desolate Molen van Berkhout tussen Egmond aan Zee en Egmond aan den Hoef in de jaren zestig verviel tot horecagelegenheid De Koffiemolen en zijn wieken verloor. ‘Dank u, God. Laat Petrus het even melden aan Don Quichot hoog in de hemel. De Spanjaard maakt zeker een vreugdedansje, hoewel hij, zoals iedereen in de hemel, al eeuwig gelukkig zal zijn’, bad ik, want toen ging ik nog verplicht naar de kerk. Helaas viel ik later van mijn geloof. Vervolgens werd Nederland volgezet met van die windmolens die duurzame energie moeten opwekken.

Vorige week zondag reed ik naar Friesland door de landschaponterende en horizonvervuilende witte reuzen van het digitale tijdperk. Opvallend was dat de wieken zelden draaiden. ‘Zal wel onderhoud zijn’, zei ik. ‘Misschien hebben we te veel energie’, kreeg ik als antwoord. ‘Ja, maar zo halen we nooit de doelstellingen van Parijs’, concludeerde ik.

Misschien zou ik op deze leeftijd tenminste de oude molens wel weten te waarderen – molens die dateren uit de tijd dat de waterhuishouding in de polders nog door windkracht werd geregeld. En afgelopen weekeinde was er toevallig Monumentendag waarbij ook de molens in de Egmondermeer waren opengesteld. Er voer zelfs een bootje van de Wimmenummer molen naar de Philisteinse molen, zo las ik op Flessenpost.

Dat leek mij wel een leuke besteding van deze snikhete dag. Ten slotte zijn molens ongeveer het enige erfgoed dat in dit dorp echt wordt gekoesterd, want het Egmondse café van amper honderd jaar oud gaat binnenkort tegen de vlakte zonder dat ook maar een van de voormalige stamgasten een actiegroep ‘Red het Rode Hert’ of ‘Kippennek Forever’ heeft opgericht.

‘Maar met die gratis boottocht wordt dat een stormloop’, zei mijn vrouw, ‘want bij dit weer wil iedereen op Monumentendag liever varen dan in een oud stoffig pand bivakkeren.’ ‘Ach, laten we kijken. Het is minimaal een mooie fietstocht door de polder.’

De toegang tot de Winnummer Molen moest ergens aan de Kolonel Sneepweg zijn bij de voormalige munitie-opslag. Ik verwachtte een lange rij fietsers zodat de route zich vanzelf zou wijzen. Niets was minder waar. Er was niemand anders op zoek naar de molen, zodat we zelf onze weg moesten zien te vinden door het grootgrondbezit van Dirk Kat.

‘Te warm’, verklaarde de molenaar bij aankomst het gebrek aan belangstelling. Het voordeel was dat wij met alle égards werden ontvangen met koffie, frisdranken en speculaas. Twee jonge aspirant-molenaars – blij met bezoekers – leidden ons rond, want zij hebben de ambitie om in de toekomst om als molenaar op de lijst van Unesco immaterieel erfgoed te komen.

‘Dit is een schepradmolen’, legde de 13-jarige Kalle de Wijn uit. Volgend jaar begint hij met zijn molenaarsopleiding in Culemborg, maar nu al bleek hij meer te weten van molens dan generaal bd Mart de Kruif van Oekraïense troepenbewegingen. Haarfijn legde hij uit hoe de molen precies het water verwerkte. Daarna toerde mee met een boot door het torenhoge riet naar de Philisteinse molen, waar ooit de familie Hof met negen kinderen – slapen in een kringetje – verbleef.

Ik herbeleefde mijn oude klim naar de top van de molen in de Schermer. Het was nog steeds kruip-door-sluip-door, hetgeen niet meeviel voor een 68 jaar oude man wiens spieren tegenwoordig door Barbara de Loor in conditie moeten worden gehouden omdat Olga Commandeur het al niet meer lukt.
Maar dit keer leverde ik mij veilig uit aan een 13-jarige jongen. Boven was er tenminste een mooi vergezicht over de Egmondermeer. Ik keek of er ergens een ridder te zien zou zijn die de molen zou bevechten en revanche zou nemen. Maar die was in geen velden of wegen te bekennen.

Wel was ik eigenlijk verbaasd dat ik deze polder zelf zo laat ontdekte. Jarenlang was ik er over de Hoeverweg doorheen gefietst zonder veel erg in het mooie landschap te hebben gehad, de fuut hebben zien zwemmen of op de molens te hebben gelet.

Misschien moet ik toch mijn mening over de molens bijstellen. Ik wil nu de jeugdzonde wegspoelen en zou ervoor zijn om de Koffiemolen in volle glorie te herontwikkelen als horecagelegenheid, nu Egmond aan den Hoef binnenkort geen café meer heeft. Van mij mogen de wieken er dan weer aan.
Molens en tulpen – het zou een mooi visitekaartje zijn voor Egmond want dat willen buitenlandse toeristen nu eenmaal zien.

Don Quichot was maar fictie. Nu hebben we gelukkig 24 uur televisie op 60 netten. Plus You Tube, zodat ik ook Mik en Mak kan terugzien.

Meer 'Columns':

Column Nico Knol: Een poezebeest in de pastorie

19 juli 2024

Begin juni 2016 belt Rick Braak, telg van de ‘kermisfamilie’, me op. Hij vertelt over een poes die ze kort geleden in huis hebben opgenomen omdat het elders geen plek meer kon hebben. Een noodgreep. Bij hen in huis liepen drie katers rond en ’t lieve poezebeest bleef boven in de strijkkamer. ‘Jij had toch ook een poezebeest in de pastorie?’ vroeg hij. Ja dat klopte. Op de pastorie van Egmond-Binnen liep Purdy rond, ‘de pastóriepoes’. Hij wist het nog omdat zijn familie jaarlijks met de kermis voor water en elektra aan de pastorie gekoppeld stonden. Helaas was dat lieve dier, oud en ziek geworden en in 2015 overleden.

Column John de Waard: Bondsperikelen

12 juli 2024

Afgelopen weekend bleek maar weer eens hoe kleingeestig sportbonden kunnen zijn. Tijdens de tijdrit van vrijdag in de Tour de France kreeg Julien Bernard, een renner die verder geen rol van betekenis in de top van het eindklassement zal spelen, een boete van de UCI van 200 Zwitserse Franken (ongeveer 206 euro).

Column Martin Noordeloos: Bollentijd

5 juli 2024

Tijdens mijn rondje door Egmond viel het mij op dat het weer behoorlijk bedrijvig is bij onze tuinders. Het is weer bollentijd. Tijd om de tulpenbollen uit de grond te halen en uiteindelijk klaar te maken voor de verkoop, de tulpenbroeierij of voor verdere vermeerdering. In vergelijking met mijn jeugd zie je maar weinig mensen maar wel grote tractoren, rooimachines en kuubskisten. Als je even niet oplet zijn deze tractoren ook zo weer weg. Met enige weemoed denk ik dan weer terug naar de tijd dat bijna alles nog met de hand werd gedaan. Ik weet nog heel goed dat ik rond Koninginnedag altijd naar mijn oom in Waarland ging om de tulpen te koppen. Met een mand waaronder een lange pen was bevestigd ging je dan tussen de tulpenbedden door en werd elke tulp met de hand ontdaan van zijn bloem. De hele bloem moest in de mand. Er mocht geen bloemblaadje tussen de bedden op de grond vallen. Als dit wel gebeurde dan werd je met een paar flinke vloeken teruggestuurd om tussen de bedden alsnog de laatste blaadjes te verwijderen. Als de bloemblaadjes niet werden verwijderd dan had je kans op zieke bollen werd toen beweerd. Natuurlijk is het in onze dorpen bij iedereen bekend dat de bloemen van de stelen moeten worden gehaald. Alle voedingstoffen uit de grond worden dan niet gebruikt voor het aanmaken van zaden maar gaan direct naar de bol. Dikkere bollen leveren meer geld op. Hoe anders is dit anno 2024. Er gaat nu een speciaal ontworpen kopmachine over de bedden en het is totaal geen probleem meer als de bloemblaadjes tussen de bedden blijven liggen. Tegenwoordig is het juist gunstig als de blaadjes tussen de bedden blijven liggen als een soort van groenbemesting. Kennelijk worden tulpen helemaal niet ziek van de losse bloemblaadjes en werd ik vroeger voor Jan met de korte achternaam weer terug gestuurd. Zo rond het einde van het schooljaar moesten de tulpenbollen vervolgens de grond uit. Ik heb hier jaren mee geholpen in de Wogmeer bij de familie Spruit. In plaats van met een rooimachine en een paar man personeel werden de bollen uit de grond gehaald met een tweewielige machine, een Agria, met daaraan gekoppeld een ploegblad. Daarachter lag dan om de paar meter een scholier om de bollen van de plant te trekken en in gaasbakken te gooien. Er lagen minstens 30 scholieren op het land om de bollen te rooien. Man wat was dat altijd gezellig. Om het leuk te houden werden er af en toe wedstrijdjes gehouden waarbij het er om ging wie het snelst een paar meter gedaan had of wie zijn gaasbakken het eerst vol had. En dan moesten de tulpen natuurlijk ook gepeld worden. In de bollenschuur zaten een dertigtal meiden aan lange tafels die de bollen ontdeden van wortels en overtollige vellen. De bollen zelf en de kleine broedbolletjes werden eerst in een plastic afwasbak gegooid. Als de plastic bak vol was dan werden deze geleegd in een gaasbak. Ik werd al snel aangesteld als schuurbaas. Mijn taak bestond er dan uit om de tafels vol te houden met de ongepelde bollen. De dames wilden meestal doorgaan met pellen als de tafels weer aangevuld werden zodat ik over de hoofden van deze meiden de gaasbakken leeg kieperde. Een heerlijke bezigheid zo met een schuur vol joelende pelsters. Uiteraard stond in de schuur altijd de radio aan en werd er luid meegezongen met de hits van toen. Als schuurbaas controleerde ik ook of de bollen goed gepeld waren en of de gaasbakken wel vol genoeg werden gedaan. Er werd immers betaald per bak. Hoe meer bakken hoe meer geld je verdiende. En die controlerende rol zorgde er ook voor dat iedereen super aardig tegen je was. Naast het vullen van de tafels en de controle-werkzaamheden sorteerde ik ook de gepelde bollen op een sorteermachine. Aan het begin van de sorteermachine kwamen de kleine broedbolletjes naar buiten. Verderop de machine vielen de verschillende maten bollen uit de machine en werden weer opgevangen in gaasbakken die vervolgens tot wel 14 stuks op elkaar gestapeld werden op een onderstel zodat ze ook weer weggereden konden worden. In mijn schuur stond altijd de Tour de France aan met commentaar van Theo Koomen. Het was radio en Theo kon de saaiste etappe razend spannend maken. Als ik hier aan terug denk... De scholieren op het land, de meeste jongens en een paar meiden, bleven tussen de middag op het land hun broodje eten. De bollenpelsters zaten op kistjes buiten op een plein of bij slecht weer in de schuur tijdens de lunch. Zelf at ik altijd in de huiskamer mijn broodje als de familie Spruit hun warme maaltijd tussen de middag naar binnen werkte. Pa Spruit vroeg vervolgens altijd eerst naar de voortgang in de schuur en ging vervolgens een half uurtje plat. Alles bij elkaar was het best hard werken maar ook een geweldige tijd. Het werken in de bollentijd toen en nu is nauwelijks met elkaar te vergelijken. Bijna alles ging met de hand met heel veel mensen en veel kleinschaliger. Nostalgie???

Column Peter van Vleuten: Laatste keer…

19 juli 2024

Ik schrijf deze column voor de verandering eens op woensdag. Meestal wacht ik tot de dag van de deadline (donderdag) omdat onder druk alles vloeibaar wordt, en dat schrijft lekkerder. Maar deze week is mijn donderdag niet beschikbaar, want die staat geheel in het teken van Bruce Springsteen. Die speelt in het Goffert Park in Nijmegen en daar ga ik met zoons en schoondochter naartoe. Het concert is pas ’s avonds, maar zo’n evenement vraagt om grondige voorbereiding en een heus aanvalsplan. Het is al rond de middag vertrekken en dan hopen dat we niet in allerlei files komen, dat we de gereserveerde parkeerplaats tijdig bereiken, dan met de shuttlebus naar de ingang en dan nog een stuk lopen op zoek naar een hopelijk gunstige plek op het veld. En dan wachten tot aanvang.

Column Els Rosenmöller: Het huis met de mooie verhalen

5 juli 2024

Het is begin juli. Ik blik terug op een veelbewogen jaar in ons ‘Bijna-thuis-huis’. Want dat is wat we willen zijn, een huiselijk alternatief voor wie niet thuis wil of kan sterven. Een veilige en sfeervolle plek waar tijd en gepaste aandacht is die ruimte geeft aan onze gasten en hun naasten. Ruimte om te ontspannen, vaak iets wat thuis of in een ziekenhuis moeilijker te creëren is.

Column Dirk Blij: Blikveld

12 juli 2024

Ik zat in de trein van Heiloo naar Amsterdam onderweg naar Frankrijk. De reis begon met een omleiding, kennelijk was er tussen Zaandam en Amsterdam geen treinverkeer mogelijk een gingen we over Haarlem, waardoor de rit langer duurde dan normaal. In Amsterdam bleek een dancefestival te zijn die avond. Het was druk in de trein en ik zat op een klapstoel in het gangpad, waar ook de wc zich bevond. Uitbundige jongeren verdrongen zich voor de deur van de wc, en verschenen dus ook in mijn blikveld. Blikveld mag je in dit geval letterlijk nemen. De meesten hadden één blikje bier in de hand, maar sommigen ook twee. De meisjes wedijverden ondanks het koele weer in blootheid, zeer korte rokjes met glitterwerk, blote buiken met gepiercete navels dan wel diep uitgesneden decolletés waardoor, in mijn ogen, rommelig getatoeëerde borsten overvloedig tentoon werden gesteld. Uit het gekwebbel kwam veel awkward en oh my God enzomeer. De jongens, allemaal witte sneakers, bleke spijkerbroeken, hoodies met logo’s op de rug en gelharen met een strakke scheiding. Allemaal zeer luidruchtig, allemaal woest geurend door bovenmatig deodorantgebruik, allemaal al flink in de olie. De stem uit de intercom, die omriep welk station we naderden, sloot af met het wensen van een fijn feest en het verzoek om toch alsjeblieft niet al die blikjes in de trein achter te laten. Op Sloterdijk gingen ze er uit. Nu pas hoorde ik hoeveel geluid zo’n roedel jongeren produceert, er diende zich een weldadige stilte aan. En omdat de trein nu nagenoeg leeg was, kon ik mijn klapstoel verruilen voor wat meer comfort in de coupé. Het verzoek uit de intercom was vergeefs, elk tafeltje, elke prullenbak, elk stukje coupé waar iets kon staan of liggen, was bezaaid met blikjes. Nu pas begrijp ik de ware betekenis van het woord blikveld. Blikjes, blikjes, blikjes. Gezien het feit dat daar nu toch statiegeld op staat, heb ik overwogen de rest van de reis naar Frankrijk ermee te financieren. Uit praktische overwegingen heb ik het kleine fortuin toch maar nagelaten aan de schoonmaakploeg. Dirk Blij

Column Sico de Moel: Gebotteld op het Bergense Wijn Domein

28 juni 2024

Slangetje in het vat, overhevelen, eerst door een grof filter van 5 micron, dan door een fijn filter van 0,2 micron, via de vacuümpomp in de kleine proefflesjes. Kurk van Domein Bergen erop en de eerste proefflesjes van Domein Bergen zijn gebotteld.

Column Cindy Schrikkema-Stofberg: Mama gaat flippen

21 juni 2024

Vroeger zei ik nog wel eens voor de grap tegen mijn zoon als hij riep “ik ben moe… Dan moet je zorgen dat je pa wordt”. Maar naar mate je ouder wordt wil je niet dat die grap waarheid wordt. Althans, dat wil je wel, maar niet te vroeg.

Column Kim Klaver: Full nest

28 juni 2024

Onlangs ging mijn schoondochter meedoen aan de Ringvaart Regatta. Een roeiwedstrijd van 100 kilometer, in een zogeheten Acht, dus met acht roeisters en een ‘stuur’ de boot in en een uurtje of 12 achter elkaar trekken aan die riemen. Voor het goede doel, de dames van team Row the Ribbon hadden gekozen voor Pink Ribbon.

Column Hanneke Mooij: Kringloopboulevard

14 juni 2024

Al rondsnuffelend- en struinend kuier ik door één van de kringloopwinkels die Alkmaar rijk is. In de volksmond wordt zelfs gesproken over de Kringloopboulevard, aangezien er zo’n 5 gevestigd zijn aan dezelfde straat. Er zijn altijd mensen. Op zoek naar bruikbare potten en pannen, meubels, kleding en ga zo maar door. Wie weet kom je er dat ene prachtige schilderijtje tegen voor € 4,75 waarvan je vrijwel zeker weet, of in ieder geval hoopt, dat die krabbel in de rechterbenedenhoek een heuse signatuur van Vincent van Gogh is. Wat zal blijken bij de ‘Tussen Kunst en Kitsch” dag die al in je agenda staat genoteerd.

Column Dirk Blij: Aardbeien

21 juni 2024

Wij zijn in het gelukkige bezit van een tuin én gek op aardbeien. Wat hebben die twee met elkaar te maken zou je denken. Welnu, het zomerkoninkje heeft om te groeien grond en zon nodig, en een beetje tijd. En omdat de tuin op het zuiden is, en ik met pensioen ben, heb ik alle drie de voorwaarden voorhanden: grond, zon en tijd. Vorige zomer wat plantjes geplant en me verheugd op de dag dat ik de supermarkt links kon laten liggen en ik slechts vrolijk knippend met mijn schaar de tuin in hoefde te lopen om aan mijn dagelijkse portie rood fruit te komen. En nadat de plantjes dit voorjaar hun witte bloemetjes met gele hartjes hadden getoond begon de groei, eerst nog groengespikkeld, maar al best snel zacht roze richting rood. Niet alleen mijn vrouw en ik zijn dol op die gekroonde rakkers. Andere liefhebbers verzamelden zich met reeds voorgebonden slabbetjes en piepkleine bestekjes in rotten van vier rond de almaar groter wordende bolletjes aan de plantjes; slakken! Naakt en glibberig. Wat te doen om deze veelvraterige mee-eters te slim af te zijn? Slakken pletten wil ik niet. Googelen dan maar. Op verschillende websites las ik dat verkruimelde eierschalen rond de planten de slijmerige kruipers op afstand zouden moeten houden. Dus nadat we een weeklang alleen maar omeletten, gekookte, gebakken en gepocheerde eieren hadden gegeten, bezaten we genoeg eierschalen om er het bescheiden aardbeienbed mee te omsingelen. Maar, behalve dat het er niet bepaald leuk uitzag, dropen de slakken niet echt af. Op gepaste afstand bleven ze het rijpingsproces verwachtingsvol gadeslaan. Waar ik geen rekening mee had gehouden was het feit dat aardbeien niet alleen aantrekkingskracht uitoefenen op mensen en slakken, maar ook op gevleugelde liefhebbers: merels. En, buiten dat sommige slakken de komst van de merels met hun leven hebben moeten bekopen, trekt zo’n vogel zich natuurlijk ook niets aan van een eierschaaltje meer of minder. Vliegensvlug verorberden enkele merels de meest appetijtelijke exemplaren. Mij dankbaar toepoepend vloog eentje ervandoor met een hele aardbei in de snavel, een extra vleugelslag als afscheid. De oogst moet als mislukt beschouwd worden en met de doosjes aardbeien uit de supermarkt in mijn handen ben ik, met een grote boog om de eierstelling heen, naar de kassa gelopen.

Column Els Rosenmöller: Indruk

7 juni 2024

Verpleegkundige Martine en ik ontmoeten Ernst in een revalidatiecentrum. Hij brak zijn heup toen al bekend was dat hij niet meer zou kunnen genezen van longkanker. Wel is hij geopereerd en hij wil graag bij ons revalideren: ‘Dan kan ik bij jullie nog buiten wandelen met m’n zus’. We praten verder; het is altijd fijn de stap naar ons hospice klein te maken door vast kennis te maken. Bij de vraag of Ernst alleen woont vertelt hij dat hij samenwoont met 2 vrienden en dat hij schizofreen is. Gek eigenlijk, dat ‘Ik ben schizofreen’. Ernst is ongetwijfeld veel meer dan dat. In ieder geval heeft hij doorzettingsvermogen, om te willen wandelen in de duinen met zijn zus in de tijd dat hij bij ons zal verblijven in het hospice. Hij heeft nog een grote wens: de band met zijn dochter herstellen. Daar waar hij ooit niet wist dat ze bestond, zijn ze alweer jaren uit elkaars leven verdwenen. De volgende dag is Ernst welkom bij ons. Na twee dagen voelt hij zich helemaal thuis, komt met de rolstoel naar de woonkamer voor koffie, de lunch en een praatje. Hij houdt van geschiedenis en vertelt graag. Op dag 3 belt hij zijn dochter die niet opneemt, op dag 4 belt hij haar weer. Het mag niet baten. We zien het vaker: verscheurde relaties binnen families. Tussen ouders en kinderen, tussen de kinderen onderling of visite die niet meer welkom is. Een heel leven gaat immers vooraf, voor de komst van een gast naar een hospice. Ernst geeft niet op en stuurt zijn dochter een kaart. Als we samen aan de koffie zitten vraag ik Ernst of er al contact is geweest. Hij vertelt dat zijn dochter heeft gebeld. ‘Alles is uitgepraat, het is weer goed tussen ons, ze komt gauw langs’. In één zin verandert het droevig verhaal uit zijn verleden in een happy end. Het blijft stil, al popel ik om hem het hemd van ‘t lijf te vragen; ik wacht op een vervolg van het verhaal. Het komt niet, die ene zin was genoeg, hij is zichtbaar gelukkig. Die ene intense wens is volbracht. Ernst verbreekt de stilte door mij te vragen of ik creatief ben. Na mijn pottenbakkersverhaal vertelt Ernst dat hij gedichten schrijft en draagt voor: Wrakhout Een gevangen van de vrijheid, zo voel ik mij, Alleen angst geen blijheid Onder water voel ik me vrij Niet te hoeven bewegen, de stroom neemt mij mee M’n ogen dicht niets te vrezen, onder de golven heel gedwee De kist heeft mij niet nodig Ik ben overbodig. De verpleegkundige en ik vallen stil, het is een gedicht uit 1997. Dankzij vrijwilligerswerk is hij zich nuttig en verre van overbodig gaan voelen, het leven heeft hem geheeld. Zijn uitdagingen zijn overwonnen en relaties zijn hersteld. Ernst heeft rust en voelt zich thuis. De dagen erna gaat Ernst hard achteruit, is onrustig, van de wereld en in de wereld. Met veel moeite vindt hij kalmte tijdens deze nieuwe tocht en overlijdt. In de week dat we Ernst mochten leren kennen laat hij een bijzonder indruk achter. Een die ik niet zal vergeten.

Column Peter van Vleuten: Tandje minder?

14 juni 2024

Je zal maar de drang hebben om op een podium te gaan staan. Waarom in hemelsnaam? Waarom zou je met je ziel en zaligheid voor een publiek willen verschijnen en jezelf blootstellen aan het oordeel van tien, duizend of zelfs tienduizenden mensen tegelijk? De meeste stervelingen zouden er niet aan moeten denken. Die krijgen al klotsende oksels als ze zich moeten voorstellen op hun nieuwe werkplek. Of ze liggen wakker omdat ze de volgende dag namens hun werkgroepje een verslag moeten voorlezen.

Column Dirk Blij: ‘Praat Nederlands met me…’

7 juni 2024

Ik was in Amsterdam voor een tentoonstelling in het Allard Piersonmuseum. Het was lekker weer, dus ik besloot te gaan lopen vanaf het Centraal Station. De stad verengelst in rap tempo. Supermarkt is nu overal Supermarket, men is kennelijk bang dat de gemiddelde toerist dat woord zonder die e niet begrijpt en dan in the next shop een pair of throusers gaat kopen in plaats van een fully filled shoppingbag for only twentyfive euros. De meeste shops zijn seven days a week open, behalve die op Sunday closed zijn. Overal is personal of staff wanted en bijna altijd is er sale. In de lunchrooms is Old Amsterdam Cheese oververtegenwoordigd en ook Coffee to go is niet meer weg te denken. Vaak is the entrance arround the corner of soms ook wel next door. Uitgangen zijn exits. Er is een bikestoridge, een bikerental en een typical dutch Tulipshop. Tuurlijk. In snackbars vind je fastfood, maar nu is er ook slowfood in steakhouses. Vegan is natuurlijk ook possible. Een bord op een pandje vlakbij De Dam meldt dat er aproximately fivehundred square meters officespace for rent is. Ik ben tussen Centraal en Pierson maar eens Nederlandse woorden gaan tellen. Tot mijn ongenoegen had ik genoeg aan één hand, als ik namen niet meetelde. Zo zag ik op het Damrak twee Nederlandse woorden: ‘Beurs van’, u weet wel, dat mooie gebouw van Berlage voor conferences, events and exhibitions, zoals het in koper gegraveerd naast de entrance vermeld staat, en op het Rokin zag ik in een shopwindow een briefje met: Stelen? Politie! Men gaat er kennelijk vanuit dat de boefjes wél Nederlands begrijpen en zich dan iets van zo’n briefje aantrekken. Iets verderop telde ik nog een woordje mee dat waarschijnlijk Engels bedoeld was, maar Nederlands aandeed: The Italian Bakerij. Vanwege de typisch Nederlandse lange ij mocht ie meedoen. Vijf woorden, waarvan één fout gespeld…tenzij je brood koopt bij de baker…en o zeker, als je goed zoekt zullen er vast nog wel een paar zijn; ‘de’ van de Bijenkorf bijvoorbeeld, maar die heb ik bij de namen gevoegd. De invloed van het Engels op het Nederlands houden we niet tegen, maar wat hier gebeurt lijkt meer op verdringing en dat moet maar eens afgelopen zijn. Dirk Blij

Column Martin Noordeloos: Wandelen en genieten

31 mei 2024

Eerst even voorstellen. Velen hebben mij vaak gezien maar weinigen weten wie ik ben. Ik ben die gezette wat oudere man met baard die je vaker buiten ziet lopen en waarvan je je zou kunnen afvragen of hij nou echt niets beters te doen heeft. Ik vind het heerlijk om buiten te zijn, te wandelen, te fotograferen en dan van alles in mij op te nemen. Ik laat mijn gedachtes op die momenten de vrije loop en denk overal het mijne van. Met die gedachtes en meningen ga ik jullie niet al te veel lastig vallen maar je weet nooit.

Column Kim Klaver: Wokeness, Palestijnen, Israël, protesten, songfestival

17 mei 2024

De kans is best groot dat je als ouders in deze turbulente tijden andere meningen hebt dan je (volwassen) kinderen. Dat jouw politieke overtuiging anders is. Dat je merkt dat je de opvattingen van je kinderen over allerlei onderwerpen niet deelt. Dit als ongemakkelijk ervaart of zelfs extreem vindt. Ik noem de beestjes even bij de naam: wokeness, Palestijnen, Israël, protesten, songfestival. En het lijkt dan ook wel alsof al die onderwerpen met elkaar te maken hebben. Voor je het weet voer je een verhitte discussie.

Column Nico Knol: Noord gestoord ….. ?

24 mei 2024

Het is een gevleugelde uitspraak in Amsterdam-Noord: ‘Noord gestoord’. En ja, misschien is dat ook wel waar maar dan wel prettig gestoord. Want hoe groot de smeltkroes in Amsterdam-Noord ook is, het is er prettig wonen en er is heel veel mogelijk zelfs op kerkelijk gebied.

Column Kim Klaver: L’amore vince tutto!

31 mei 2024

Ik schrijf dit aan de Italiaanse zuidkust met uitzicht op zee. We zijn hier met een gezelschap van 13 personen. De jongste is 2, de oudste 73 en we zijn allemaal familie. De reden voor dit heerlijke snoepreisje is het 40-jarig huwelijk van mijn moeder en (stief)vader. Zeven dagen lang ‘la dolce vita’ met die twee lovebirds, mijn twee broers, hun vrouwen en alle kinderen.

Column Peter de Waard: Beverly Hills aan den Hoef

17 mei 2024

Nu de Egmonders niet naar Beverly Hills kunnen, komt Beverly Hills naar Egmond. Tenminste in het uitbreidingsplan Overduin - waar nog altijd iemand een klap op moet geven - is de helft voor de vrije sector.

Column Cindy Schrikkema-Stofberg: Geheime missie

10 mei 2024

Verrassingen geheimhouden is nooit mijn sterkste kant geweest. Laat ik vooropstellen dat echt geheime informatie of zaken die een ander niets aan gaan met mij het graf in mee gaan, zelfs van mensen waar ik nu niets meer mee te maken heb. Eens in vertrouwen verteld is altijd in vertrouwen bewaard.

Column Peter van Vleuten: Poppenstront

10 mei 2024

Ik geef het meteen toe: ik ben een watje. Gemaakt van poppenstront, zou mijn oma hebben gezegd. Zo week als was. Ik smelt gemakkelijk. Niet altijd hoor. Ik kan probleemloos oorlogsfilms kijken, wrede vikinggevechten op video gadeslaan, thrillers bingen, horror lezen en afschuwelijke historische feitjes onthouden. Ik zal niet zeggen dat ik er onaangedaan onder blijf, maar ik raak niet echt van slag.

Column Sico de Moel: Een harde les ….

3 mei 2024

Ik werd vorige week dinsdag wakker en zag tot mijn schrik dat het ’s nachts gevroren had. Voor normale filerijders die even moeten krabben is dit geen probleem, maar voor wijngaardeniers is een paar uur nachtvorst eind april een ramp.

Column Els Rosenmöller: Leven met sterven en mooie momenten

3 mei 2024

Onlangs appte ik onze vrijwilliger Monique. Ze werkte bij ons tot ze terminaal ziek werd. Haar lichaam gaat het nu echt opgeven. Ik stuurde haar een hartje; wat kun je verder nog zeggen nadat we in woorden elkaar ten afscheid hebben bedankt voor wie we zijn? ‘Dag lieve Els, je hoort wel wanneer het zover is’ zei ze. April doet wat hij wil: ook hier. Mijn lieve collega kon al maanden niet aan het werk nu de wereld van haar gezin volledig op z’n kop is gezet. Haar man is ernstig ziek. Onzekerheid en de grote vragen welke afslag het leven voor je in petto heeft, dat is een lot dat menigeen te voortduren heeft, maar nu treft het hen. We spreken elkaar bijna dagelijks. April was voor hen een maand waarin alles wat ik zeg de werkelijkheid niet kan omvatten. Dan weer nieuwe berichten. Een droevige vrijwilliger. Haar man is plotseling overleden. Vreselijke maanden van ziekte, verwarring en hard werken om overeind te blijven gingen eraan vooraf. Een andere vrijwilliger die al jaren trouw de eerste dienst op zondag werkt bleef plotseling weg. Nu krijg ik te horen dat haar broer ernstig ziek was en overleed. Opnieuw kwam een vrijwilliger op kantoor langs: ‘Ik kan het je maar beter komen vertellen’ zei hij. Zijn vrouw, ook vrijwilliger bij ons, ging voor een dagbehandeling naar het AMC en werd wakker nadat ze een acute openhartoperatie had ondergaan. Ik was zelf nog jong toen ik leerde leven met de dood. Onze dochter Suzan was 4 weken oud toen de artsen ons voorspelden dat ze geen 6 weken oud zou worden. Het werden 6 maanden. Zes bijzondere, liefdevolle, pijnlijke, hartverscheurende en tegelijkertijd rijke maanden. Het zwaard van Damocles viel bijna 5 maanden later dan verwacht. Ik omarmde mijn lieve meisje, praatte, zorgde en zong voor haar. Er was een moment dat ze meezong, hoe mooi dat was is niet te verwoorden. Leven met sterven werd mijn leven. En dat is wat we doen met elkaar in het hospice, leven met sterven én mooie momenten. Daarbij blijft het belangrijk je af te vragen waarom we dit werk doen. Vanuit welke gedrevenheid ben ik en zijn anderen aanwezig en klopt die met hoe we meebewegen en gasten met hun naasten bijstaan? Is dat om onszelf een goed gevoel te geven of om werkelijk te zien wat de behoefte is van de ander? Ieder oprecht antwoord is goed, want aandachtige zorg geven, dat doen we. Het lijstje van april werd nog langer. Ik realiseer me dat ik het leed van onze trouwe vrijwilligers niet zomaar loslaat. Ik leef betrokken mee, met hun leven, de tegenslagen, het sterven. En zo vergaat het natuurlijk ook hun collega-vrijwilligers. De laatste dagen van april dienden zich aan. Monique reageerde op mijn hartje. De datum van haar ‘vertrek’ staat vast: “Dag lieve Els, jammer dat ik je niet langer heb gekend”. Ik wens haar liefdevolle laatste dagen van afscheid en een warme ontvangst aan de andere kant van de sluier. Zo eindigt ons contact, zeker niet onze verbinding.

Column John de Waard: Koningsdagmarkt is een soort perpetuum mobile

26 april 2024

Elk jaar is het weer feest: Koningsdag trekt veel mensen naar de plek waar al veel mensen zijn, namelijk de ‘handelaren’. Elke Koningsmarkt is voorzien van ongeveer dezelfde handel. Is niet erg, wie het koopt kan het volgend jaar die handel weer verkopen op de volgende markt. Het is een soort perpetuum mobile, maar dan anders. Bij de perpetuum mobile gaat het om een denkbeeldig apparaat dat, eenmaal in beweging, uit zichzelf blijft bewegen en eventueel in staat geacht wordt energie op te wekken uit niets. Dat kan natuurlijk niet, dat weten we allemaal, want dat zou gratis energie betekenen. En in Nederland is nu eenmaal niets gratis. Maar op Koningsdag gaat het een beetje om hetzelfde principe: je gaat in eerste instantie naar zo’n markt om te kijken of je wat leuks kunt scoren. Maakt eigenlijk niet zo veel uit wat, het gaat om de lol. Maar na tien jaar Koningsdag ligt je zolder ramvol met spullenboel. Daar wil je ook wel weer eens vanaf, dus je huurt nu zelf maar een kraam. Dan zie je uiteindelijk aan de andere kant van de kraam de gezichten die je in eerdere jaren achter de kraam had gezien. Zij zijn los en op zoek naar nieuwe handel. Ze kopen vervolgens (voor een deel) hun eigen spullen terug. Dat is wat ik bedoel met perpetuum mobile: het blijft maar doorgaan, maar iedereen is er best happy mee. Totdat we een republiek worden. Want dan is er geen Koningsdag meer. Dat gaat (voorlopig althans) niet gebeuren, en zo’n koningshuis is toch ook wel lollig. Het kost wat maar dan heb je ook wat. Anders krijg je elke vier jaar een soort Trump of Biden. Zelfgekozen. De een denkt dat de hele wereld tegen hem is, de ander weet niet meer zo goed wie of wat er tegen hem is. Of voor hem. Ook dat ziet er wel een beetje uit als een perpetuum mobile: het blijft maar doorgaan en niemand weet precies hoe het ook alweer zat en hoe het op gang kwam. Laat staan hoe het gaat aflopen. Daar moet je toch helemaal niet aan denken. Ik ga zaterdag lekker spullen kopen. Net zo lang tot mijn zolder vol is (dat is overigens bijna het geval). John de Waard

Column Kim Klaver: Zelfscan…

19 april 2024

Een goedgeklede en op het oog zelfverzekerde vrouw van rond de zestig staat bij de zelfscan in de Appie en krijgt de controle melding in beeld. Nu vinden veel mensen dat vervelend, maar daar gaat dit stukje niet over. De dame in kwestie kijkt vragend om zich heen en als er na wel 5 seconden nog niemand naar haar toe is gekomen roept ze met geïrriteerde stem richting een meisje achter een kassa: “Komt er nog eens iemand?” Een andere jonge medewerker van de supermarkt is intussen in zicht en neemt in plaats van een glimlach een hautaine sneer in ontvangst: “Waarom deed je er zo lang over, IK sta hier te wachten en IK vind dit werkelijk belachelijk.” Hij verontschuldigt zich beleefd (hij had dus niets verkeerd gedaan!), zij negeert hem en zonder verder nog iets te zeggen stormt ze met haar tapashapjes en wijn door de poortjes.

Column: Gewoon is bijzonder…

26 april 2024

Al meer dan 60 jaar Europa Kinderhulp

'Mijn vader heeft een Ferrari!', 'Ik ben vorige week naar een attractiepark geweest', 'Thuis heb ik een tablet en een nieuwe i-Phone'. Dit zijn zomaar wat uitspraken van vakantiekinderen.

Column Peter van Vleuten: Klankgat

12 april 2024

Onlangs lanceerde onze burgemeester een even inspirerend als origineel idee. Op een prominente plek in zijn werkkamer komt iedere twee maanden een wisselend kunstwerk te hangen van een actieve kunstenaar uit de gemeente Bergen.

Column Rob Hoogland: Zelfs het wilde eendenleven heeft voor mij nu geen geheimen meer

12 april 2024

Om ernstige misdaden tegen de eendelijkheid te voorkomen fungeer ik voor de tweede keer in mijn leven als stiefpapa. Wederom ben ik op alles voorbereid. Heb vertrouwen, Wierdientje!

Column Peter van Vleuten: Kloteklappers

5 april 2024

Met Botman & Van Vleuten geven we met enige regelmaat al jaren culinaire concerten, zoals onlangs bij Merlet in Schoorl. De formule is even simpel als smaakvol. De chef stelt een mooi meergangenmenu samen dat wordt afgewisseld met muzikale intermezzo’s. Een feest voor de papillen en de oren, dus. En terecht, want fine dining en muziek gaan uitstekend samen.

Column Els Rosenmöller: Het zal je maar gebeuren …..

5 april 2024

Corry (86) kwam bij ons op 2 februari. Ze woonde hier zo’n 60 kilometer vandaan. Voor haar was het een grote stap, zo ver van de vertrouwde omgeving, maar haar dierbaarste familie kwam met haar mee én nogal wat huisraad. Kamer 1 was zo binnen de kortste keren met haar vertrouwde meubeltjes omgetoverd tot haar domein.

Column Ruud de Raadt: Lente

29 maart 2024

Vandaag, vrijdag 29 maart, is de astronomische lente alweer negen dagen oud. Inderdaad, in 2024 begon deze op 20 maart. De meteorologische lente was al op 1 maart begonnen. Beide data in het jaar onzes heren 2024. Zoals wellicht bij velen bekend geldt het jaartal 2024 alleen voor een gedeelte van de wereld. Voornamelijk het westen. Het is wel de christelijke jaartelling, die internationaal wordt gehanteerd. Maar er zijn veel oudere jaartellingen. In Thailand zijn ze al veel verder: 2567, dit heeft met Buddha te maken. Deze jaartelling wordt daar ook daadwerkelijk gebruikt. De Joodse en Chinese jaartelling zijn nog veel verder dan de onze. De Islamatische kalender is op dit moment in het jaar 1445 beland. Dit is in gedeelten van Marokko ook gangbaar.

Column John de Waard: Moderne lijdensweg die bij Pasen hoort

29 maart 2024

Je zult maar onder de veertien jaar zijn en in de Amerikaanse staat Florida wonen. Nou, niks zonnigs meer aan die staat voor een jongere, want de gouverneur van dienst aldaar, Ron DeSantis (ooit concurrent presidentskandidaat van Donald Trump), heeft een wet uitgevaardigd die kinderen onder de veertien jaar per 1 januari 2025 verbiedt een account te hebben op sociale media. Wees eerlijk, je leven houdt toch helemaal op als je niet meer op die ‘oneindig scrolbare’ sociale media mag? Dat zijn de platforms als Facebook, Instagram en TikTok om er maar een paar te noemen. Geen vrienden meer, geen enkel contact meer met de buitenwereld: WTF is happening? It’s my life! Are you kidding me??? Het is zelfs nog erger: kinderen van 14 en 15 jaar moeten straks expliciet en aantoonbaar toestemming hebben van de ouders om een account te mogen hebben. Nu wil ik geen pleidooi houden om aanhanger van de Republikeinse partij te worden, verre van dat zelfs, maar de achterliggende gedachte spreekt mij wel aan eerlijk gezegd. Het idee is namelijk dat jonge kinderen nogal eens te maken hebben met mentale problemen, juist door die sociale media. Alles is immers perfect, prachtig, uitgekiend, afgemeten en bijzonder. Je denkt al snel dat je eigenlijk een ongelooflijke loser bent wanneer dat bij jou niet het geval is. En elke tiener denkt natuurlijk dat hij of zij de slechtst denkbare ouders ever heeft die er werkelijk helemaal niets van begrijpen, dat de leraren altijd jou moeten hebben, dat school is niets anders dan een grote bron van tijdverspilling, dat je vrienden/vriendinnen ongeveer alles mogen wat jij niet mag, etc. Dat er nauwelijks iets reëels is aan al die berichten op sociale media dringt (dan nog) niet tot ze door. Dat bedenken ze pas als ze op de bank liggen bij de psychiater of aankloppen bij jeugdzorg. Als ze het al bedenken. Nu gaat het in dit geval om een specifieke staat in de Verenigde Staten, maar zou het niet een idee zijn om daar eens over na te denken? Ook in Nederland speelt dit probleem namelijk. Meerdere onderzoeken hebben al uitgewezen dat de druk van sociale media immens groot is en dat vooral jongeren zich laten ‘opfokken’ door alles wat ze zien bij anderen. Alles is altijd beter bij een ander en daar moet je natuurlijk wel tegenop kunnen. Overigens, dat laatste geldt ook voor volwassenen. Niet dat ertegenop kunnen, maar wel dat alles bij de buren beter is. Een tijdje in je leven zonder sociale media zou daarom helemaal niet zo erg zijn. Beetje naar buiten gaan, kijken of er nog leeftijdgenoten zijn met hetzelfde ‘probleem’, beetje fysiek actief worden, dat kan namelijk ook niet echt kwaad zo blijkt uit allerlei onderzoeken naar overgewicht bij jongeren (en ouderen). Eigenlijk een beetje ‘back to normal’, zoals het ‘vroeger’ was. Weet u trouwens wanneer er voor het eerst sprake van sociale media? Friendster.com in 2002 werd de eerste echte sociale media zoals we dat nu kennen met de eerste 1 miljoen profielen, gevolgd in 2003 door MySpace en LinkedIn. Facebook én Hyves kwamen in 2004. In tijd van ongeveer 20 jaar zijn we dus in staat geweest om een app-nek te ontwikkelen, depressief van ons eigen gedrag (maar vooral van dat van de buren) te worden en binnenkort meer tijd in de digitale wereld te verblijven dan langs de lijn op een sportveld. Laat staan binnen die lijnen… De gemiddelde schermtijd (op een mobiele telefoon) voor jongeren ligt tegenwoordig al ergens boven de 5 uur per dag! Daar zit het televisie kijken of achter de computer zitten om wat voor school te doen (toch?) nog niet eens bij… Ik zou zeggen, laten we eens een poging wagen om een tijdje (verplicht) zonder sociale media te leven. Uiteraard verplicht, want we zitten in Nederland. Daar is immers alles verplicht. Anders was het wel verboden… Dit voorstel past helemaal bij de (moderne) lijdensweg die nu eenmaal bij Pasen hoort. Fijne Paasdagen. John de Waard

Column Kim Klaver: De autopiloot

22 maart 2024

Als je kinderen dat felbegeerde roze pasje hebben behaald, officieel de weg op mogen en jij met een mengeling van afgrijzen en trots op de passagiersstoel plaats neemt, begint het stuivertje wisselen. Het gevolg is dat je ineens je auto kwijt kan zijn. Op een druk moment werd aan je gevraagd of ze hem even mag lenen. Je knikte afwezig ja terwijl je verder ging met je belangrijke businesscall, spreadsheet of wordfeudpotje. Voor je het door kreeg, greep je mis bij het sleutelhaakje in de gang.

Column Sico de Moel: Aanzoek op de wijngaard

22 maart 2024

In verte zag ik ze aankomen, ze stonden even stil op de brug en keken uit over onze winterse wijngaarden. Corné had vorig jaar een wijnrank cadeau gegeven aan Roos, zijn vriendin. Ik had daarbij nog een persoonlijke video voor haar opgenomen waarin ik de wijnrank liet zien, vertelde hoe het allemaal werkt op Domein Bergen en haar natuurlijk feliciteerde met haar 26e verjaardag. Maar ze waren nog nooit geweest, het is ook een paar uur rijden vanuit De Klomp.

Terug